Inkomstenbelasting berekenen 2026
Inkomstenbelasting betaal je over je inkomen in box 1, min je heffingskortingen. In 2026 is het tarief 35,75% tot € 38.883, 37,56% tot € 78.426 en 49,50% daarboven, premies volksverzekeringen inbegrepen. Voor 2027 toont de calculator alleen de belasting vóór heffingskortingen: van die kortingen zijn nog niet alle bedragen bekend.
Zo rekenen we
De calculator volgt de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet financiering sociale verzekeringen. Hieronder staan de stappen met de cijfers voor 2026. Onder “Bekijk de berekening” in de calculator zie je ze voor je eigen bedragen.
Stap 1: je inkomen in box 1
Box 1 is het inkomen uit werk en woning. Daar valt veel onder: loon (met vakantiegeld, een bonus en de bijtelling voor een auto van de zaak), winst uit een onderneming, een uitkering, AOW, pensioen en ontvangen partneralimentatie. Je eigen pensioenpremie gaat er al af. Aftrekposten zoals hypotheekrente en persoonsgebonden aftrek verlagen het bedrag verder. Wat overblijft heet het belastbaar inkomen uit werk en woning.
In de calculator vul je dat in twee velden in. Het eerste is je loon of winst: dat is je arbeidsinkomen, en alleen daarover krijg je arbeidskorting. Het tweede is voor pensioen, AOW, een uitkering en ander inkomen in box 1. Dat telt mee voor de belasting, maar niet voor de arbeidskorting.
Heb je aftrekposten, haal die dan van het tweede veld af als dat kan. Lukt dat niet, haal ze van je loon af. De belasting klopt dan, maar je arbeidskorting kan iets afwijken.
Stap 2: belasting en premies per schijf
Over je inkomen in box 1 betaal je twee dingen tegelijk: inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (AOW, Anw en Wlz). In de eerste schijf zijn die samen 35,75%: 8,10% belasting plus 27,65% premie. In de tweede en derde schijf betaal je alleen belasting.
Het hogere tarief geldt alleen voor het deel van je inkomen dat boven een grens uitkomt. Verdien je een euro meer dan € 78.426, dan betaal je 49,50% over die ene euro, niet over je hele inkomen.
Heb je het hele jaar de AOW-leeftijd, dan betaal je geen AOW-premie meer. Je tarief in de eerste schijf is dan 17,85%. Ben je geboren vóór 1946, dan loopt je eerste schijf door tot € 41.123.
Stap 3: de heffingskortingen
Heffingskortingen zijn bedragen die direct van je belasting afgaan. De calculator rekent met deze kortingen:
- Algemene heffingskorting: voor iedereen. Maximaal € 3.115, en lager naarmate je verzamelinkomen boven € 29.736 komt.
- Arbeidskorting: als je werkt. Hoe meer je verdient, hoe hoger, tot € 5.685. Boven een arbeidsinkomen van € 45.592 loopt hij weer terug.
- Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK): als je werkt, een kind jonger dan 12 hebt en minder verdient dan je partner (of geen partner hebt). Maximaal € 3.032.
- Ouderenkorting: als je de AOW-leeftijd hebt, tot € 2.067. Boven een verzamelinkomen van € 46.002 wordt hij lager.
- Alleenstaandeouderenkorting: € 540 als je AOW voor alleenstaanden krijgt.
Elke korting bestaat uit een belastingdeel en een premiedeel, in dezelfde verhouding als het tarief van de eerste schijf. Heb je de AOW-leeftijd, dan vervalt het AOW-deel. Daarom zijn de algemene heffingskorting en de arbeidskorting voor AOW’ers ongeveer de helft: de algemene heffingskorting is dan maximaal € 1.556.
Beide delen worden apart naar boven afgerond op hele euro’s, maar nooit boven het maximum uit de wet. Zo schrijft de Kennisgroep van de Belastingdienst het voor. De tabellen van de Belastingdienst voor AOW’ers rekenen met afgeronde percentages. Daardoor kan onze uitkomst daar een euro of twee van afwijken.
Stap 4: verrekenen, en wat er overblijft
De kortingen gaan van je belasting en premie af, maar nooit verder dan nul. Houd je korting over, dan vervalt dat deel. In de berekening zie je het dan terug als “Deel van de kortingen dat je niet kunt gebruiken”. Dat gebeurt vooral bij lage inkomens en bij ouders met de IACK.
De uitkomst is je inkomstenbelasting en premie over het hele jaar. Je werkgever heeft daar via de loonheffing al een voorschot op ingehouden. Of je moet bijbetalen of geld terugkrijgt, hangt af van dat voorschot. Dat rekent de calculator niet uit.
Waarom 2027 nog zonder heffingskortingen
Kies je in de calculator 2027, dan zie je alleen de belasting en premie vóór heffingskortingen. Dat is een bewuste keuze.
Op Prinsjesdag 2026 diende het kabinet het Belastingplan 2027 in, met tabellen voor de schijven en de heffingskortingen. Twee weken later, op 29 september 2026, kondigde het kabinet in een Kamerbrief een paar wijzigingen aan:
- De derde schijf begint pas boven € 80.578. In het wetsvoorstel bleef die grens bevroren op € 78.426, het bedrag van 2026.
- De arbeidskorting gaat minder omhoog dan op Prinsjesdag was aangekondigd. De extra verhoging wordt € 133, in plaats van het hogere bedrag uit het wetsvoorstel.
- Omdat het toptarief later begint, wordt ook de algemene heffingskorting langzamer afgebouwd.
Op 9 oktober 2026 volgden twee stukken. De tweede nota van wijziging zet de latere start van het toptarief en de kleinere verhoging van de arbeidskorting in het wetsvoorstel zelf. In de nota naar aanleiding van het verslag staan het nieuwe afbouwpercentage van de algemene heffingskorting, 6,350%, en het punt waar die korting op nul uitkomt: € 80.578. Ook de bedragen van de arbeidskorting op de knikpunten staan erin, met een maximum van € 5.889.
Een paar cijfers ontbreken nog: bij welk arbeidsinkomen het tweede knikpunt van de arbeidskorting ligt, de precieze opbouwpercentages en, voor AOW’ers, de arbeidskorting en het afbouwpercentage van de algemene heffingskorting. Die komen in de regeling voor de inflatiecorrectie, die naar verwachting in december verschijnt. Veel websites rekenen voor 2027 nog met de bedragen van Prinsjesdag. Die zijn achterhaald. Maar ook de nieuwe bedragen liggen niet vast. Op 16 oktober 2026 schreef het kabinet dat het koopkrachtpakket nog niet definitief is; uiterlijk 2 november krijgt de Tweede Kamer daarover meer informatie. Nieuwe bedragen noemt het kabinet niet, maar tarieven en kortingen voor 2027 kunnen nog veranderen.
Wij vullen geen bedragen in die we niet uit een officiële bron kunnen halen. Zonder die laatste cijfers kunnen we de kortingen voor 2027 niet voor elk inkomen uitrekenen. Daarom laat de calculator voor 2027 de belasting en premie vóór kortingen zien, naast het bedrag voor 2026. Komen de ontbrekende bedragen uit, dan rekent hij het volledige bedrag voor 2027 uit. Die wijziging zie je terug op de wijzigingenpagina.
Je voorlopige aanslag 2027
Krijg je elk jaar een voorlopige aanslag? Dan stuurt de Belastingdienst die voor 2027 eind 2026 of begin 2027. Of de hogere grens van het toptarief en de nieuwe arbeidskorting daar al in zitten, is nog niet zeker. Dat hangt af van hoeveel er nog verandert, bijvoorbeeld door amendementen. Lukt het niet op tijd, dan rekent die voorlopige aanslag nog met de cijfers van Prinsjesdag. Wijzigingen die pas na 20 november 2026 bekend worden, komen er in elk geval niet meer in.
Je kunt dan zelf een nieuwe voorlopige aanslag aanvragen. Daarin zitten de nieuwe cijfers wel. Doe je niets, dan rekent de Belastingdienst alles recht in je definitieve aanslag over 2027. Die komt vanaf 2028. Misschien betaal je dan bij, of krijg je juist geld terug.
Bedragen en percentages 2026 en 2027
De bedragen voor 2026 staan in de wet en zijn definitief. Die voor 2027 komen uit het wetsvoorstel Belastingplan 2027, de Kamerbrief van 29 september 2026 en de tweede nota van wijziging en de nota naar aanleiding van het verslag van 9 oktober 2026. Waar een cel “nog niet bekend” zegt, is er voor 2027 nog geen officieel bedrag.
| Onderdeel | 2026 | 2027 | Bron en controle |
|---|---|---|---|
| Grens eerste schijf (tot en met) | € 38.883 | € 39.247 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Tarief eerste schijf | 35,75% | 36,23% voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Belastingdeel eerste schijf | 8,10% | 8,58% voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Grens tweede schijf (tot en met) | € 78.426 | € 80.578 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 tweedekamer.nl, 26 oktober 2026 |
| Tarief tweede schijf | 37,56% | 38,16% voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Tarief derde schijf | 49,50% | 49,50% voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Tarief eerste schijf met AOW-leeftijd | 17,85% | 18,33% voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Grens eerste schijf, geboren vóór 1946 | € 41.123 | € 41.637 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Premie volksverzekeringen totaal | 27,65% | 27,65% voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Tariefsaanpassing aftrekposten | 11,94% | 11,34% voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Algemene heffingskorting maximaal | € 3.115 | € 3.154 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Algemene heffingskorting: afbouw vanaf verzamelinkomen | € 29.736 | € 30.910 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Algemene heffingskorting: afbouwpercentage | 6,398% | 6,35% voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 tweedekamer.nl, 26 oktober 2026 |
| Algemene heffingskorting: nul vanaf | € 78.426 | € 80.578 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 tweedekamer.nl, 26 oktober 2026 |
| Algemene heffingskorting maximaal (AOW-leeftijd) | € 1.556 | € 1.596 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Arbeidskorting maximaal | € 5.685 | € 5.889 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 tweedekamer.nl, 26 oktober 2026 |
| Arbeidskorting: afbouw vanaf arbeidsinkomen | € 45.592 | € 47.834 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Arbeidskorting: afbouwpercentage | 6,51% | 6,51% voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Extra verhoging arbeidskorting (alle knikpunten) | n.v.t. | € 133 voorstel | tweedekamer.nl, 26 oktober 2026 |
| Inkomensafhankelijke combinatiekorting maximaal | € 3.032 | € 2.918 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Ouderenkorting maximaal | € 2.067 | € 1.993 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Ouderenkorting: afbouw vanaf verzamelinkomen | € 46.002 | € 46.577 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Alleenstaandeouderenkorting | € 540 | € 547 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
Rekenvoorbeelden
Deze voorbeelden rekent onze rekenmodule uit met de wettelijke bedragen voor 2026. We gaan steeds uit van een heel jaar in dezelfde situatie, zonder inkomen uit box 2 of 3, tenzij het voorbeeld iets anders zegt.
Parttime met een laag loon
Je werkt ongeveer 20 uur per week en verdient € 18.000 bruto per jaar, vakantiegeld inbegrepen. Je krijgt de volledige algemene heffingskorting en een flink deel van de arbeidskorting. Over het hele jaar blijft er weinig belasting over.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 1.458 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 4.977 |
| Algemene heffingskorting | − € 3.115 |
| Arbeidskorting | − € 2.868 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 452 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 452.
Fulltime rond modaal
Je verdient € 48.000 per jaar. Je zit in de tweede schijf en betaalt de maximale premie volksverzekeringen. Je algemene heffingskorting is al deels afgebouwd, en je arbeidskorting net over het hoogste punt heen.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 6.573 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 10.751 |
| Algemene heffingskorting | − € 1.948 |
| Arbeidskorting | − € 5.529 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 9.847 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 9.847.
Hoog inkomen, in de derde schijf
Je verdient € 95.000. Alleen het deel boven de grens van de tweede schijf valt in het toptarief. De algemene heffingskorting is bij dit inkomen helemaal weg. Van de arbeidskorting houd je nog een deel over.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 26.205 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 10.751 |
| Arbeidskorting | − € 2.470 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 34.486 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 34.486.
Topinkomen zonder heffingskortingen
Bij een loon van € 140.000 krijg je geen enkele heffingskorting meer: ook de arbeidskorting is volledig afgebouwd. Elke extra euro wordt belast tegen het toptarief.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 48.480 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 10.751 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 59.231 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 59.231.
AOW en pensioen, getrouwd
Je bent al jaren met pensioen. Je AOW voor gehuwden en je aanvullend pensioen zijn samen € 28.000. Omdat je niet meer werkt, is je arbeidsinkomen nul: geen arbeidskorting. Je betaalt geen AOW-premie, en je krijgt de ouderenkorting naast de lagere algemene heffingskorting voor AOW’ers.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 2.268 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 2.730 |
| Algemene heffingskorting | − € 1.556 |
| Ouderenkorting | − € 2.067 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 1.375 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 1.375.
AOW voor alleenstaanden
Je woont alleen en krijgt AOW voor alleenstaanden plus een klein pensioen, samen € 24.000. Bovenop de ouderenkorting krijg je de alleenstaandeouderenkorting. Van je belasting blijft bijna niets over.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 1.944 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 2.340 |
| Algemene heffingskorting | − € 1.556 |
| Ouderenkorting | − € 2.067 |
| Alleenstaandeouderenkorting | − € 540 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 121 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 121.
Ouder met een jong kind (IACK)
Je verdient € 30.000 en je partner verdient meer. Jullie dochter van vier woont bij jullie. Jij krijgt de IACK. Samen met de andere kortingen is dat meer dan je belasting en premie. Het verschil vervalt: je krijgt het niet uitbetaald.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 2.430 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 8.295 |
| Algemene heffingskorting | − € 3.099 |
| Arbeidskorting | − € 5.382 |
| Inkomensafhankelijke combinatiekorting | − € 2.722 |
| Deel van de kortingen dat je niet kunt gebruiken | € 478 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 0 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 0.
Spaargeld verlaagt je algemene heffingskorting
Je verdient € 40.000 en hebt zoveel spaargeld en beleggingen dat je inkomen uit box 3 € 6.000 is. De box 3-belasting zelf staat hier niet in. Maar je verzamelinkomen wordt € 46.000, en daarmee daalt je algemene heffingskorting. Zonder dat vermogen zou je over hetzelfde loon minder betalen.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 3.568 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 10.751 |
| Algemene heffingskorting | − € 2.076 |
| Arbeidskorting | − € 5.577 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 6.666 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 6.666.
Welk inkomen telt waarvoor
Bij de inkomstenbelasting kom je drie soorten inkomen tegen. Wie ze door elkaar haalt, rekent zich rijk of arm.
- Belastbaar inkomen uit werk en woning: je inkomen in box 1, na aftrekposten. Hierover reken je de schijven.
- Verzamelinkomen: box 1, 2 en 3 bij elkaar. Hiermee bepaal je de algemene heffingskorting en de ouderenkorting. Dat geldt sinds 2025; daarvoor telde voor de algemene heffingskorting alleen box 1.
- Arbeidsinkomen: alleen loon, winst en resultaat uit werk. Hiermee bepaal je de arbeidskorting en de IACK.
Pensioen, AOW, WW, bijstand en een WIA-uitkering van UWV zijn geen arbeidsinkomen. Daarover krijg je dus geen arbeidskorting. Voor ondernemers is het andersom: de winst telt voor de arbeidskorting mee vóór zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling. Hun arbeidsinkomen is dan hoger dan hun belastbaar inkomen.
Box 3 werkt via het verzamelinkomen door in je heffingskortingen. Hoe je je box 3-inkomen uitrekent, lees je bij box 3 berekenen. Heb je een fiscale partner, dan bepaalt de verdeling van de box 3-grondslag welk deel in jouw verzamelinkomen komt.
Het jaar waarin je de AOW-leeftijd bereikt
De AOW-leeftijd is in 2026 en 2027 67 jaar. Wie in 1959 is geboren, bereikt die in 2026. In dat jaar ben je een deel van het jaar premieplichtig voor de AOW en een deel niet.
De AOW-premie stopt op de eerste dag van de maand waarin je de AOW-leeftijd bereikt. Het tarief van de eerste schijf ligt dat jaar dus tussen dat voor werkenden en dat voor AOW’ers in. Ook het AOW-deel van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting krijg je alleen voor de maanden vóór je AOW-leeftijd. De ouderenkorting krijg je juist helemaal, ook als je pas in december jarig bent.
De calculator kent dat tussenjaar niet. Kies je “Jonger dan AOW-leeftijd”, dan betaal je te veel en mis je de ouderenkorting. Kies je de AOW-optie, dan valt je belasting meestal te laag uit. De echte uitkomst ligt ertussen. Ben je in januari jarig, dan betaal je dat hele jaar geen AOW-premie: kies dan de AOW-optie.
Heffingskortingen worden niet uitbetaald
Heffingskortingen verlagen je belasting, maar je krijgt ze niet als geld op je rekening. Ze kunnen je belasting en premie tot nul verlagen, niet verder. Het belastingdeel dat je niet kwijt kunt, gaat nog van je premie af. Het premiedeel kan niet tegen de belasting op, en wat dan nog over is, vervalt.
Heb je ook inkomen uit box 2 of 3, dan kan het belastingdeel van je kortingen ook die belasting verlagen. De calculator rekent alleen box 1. Bij een laag inkomen in box 1 en veel vermogen kan hij daardoor korting als ongebruikt tonen, terwijl die in je aanslag nog box 3-belasting wegstreept.
De uitzondering is de algemene heffingskorting voor de minstverdienende partner. Die kun je laten uitbetalen als je geboren bent vóór 1 januari 1963, langer dan 6 maanden dezelfde fiscale partner hebt en die partner genoeg belasting betaalt. Ben je in 1963 of later geboren, dan is die regeling voor jou helemaal afgebouwd. Een arbeidskorting of IACK die je niet kwijt kunt, wordt nooit uitbetaald.
Aftrekposten en de tariefsaanpassing
Een aftrekpost levert je niet altijd je hoogste tarief op. Komt je inkomen in box 1 vóór aftrek boven de grens van de tweede schijf uit, dan betaal je over je aftrek 11,94% extra belasting: de tariefsaanpassing. Netto levert de aftrek je dan hooguit het tarief van de tweede schijf op, 37,56%, en niet het toptarief.
Dat geldt niet alleen voor hypotheekrente. Ook de zelfstandigenaftrek, de mkb-winstvrijstelling en de persoonsgebonden aftrek vallen eronder. En het kan je ook raken als je inkomen na aftrek in de tweede schijf ligt. De tariefsaanpassing geldt voor het deel van je aftrek dat inkomen boven de grens wegstreept. Een voorbeeld: je loon is € 85.000 en je trekt € 10.000 hypotheekrente af. Je belastbaar inkomen ligt dan onder de grens, maar over het deel van je aftrek dat boven de grens viel, betaal je toch de tariefsaanpassing. De calculator rekent de tariefsaanpassing niet. Trek je veel af en zit je boven de grens, reken dan op iets meer belasting dan de uitkomst.
Wat de calculator niet meeneemt
- Box 2 en box 3: die belasting reken je apart. Voor box 3 is er de box 3-calculator.
- Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw: ondernemers betalen die via een aparte aanslag. Bij AOW en pensioen wordt hij ingehouden op je uitkering. Voor werknemers betaalt de werkgever die.
- Jonggehandicaptenkorting en de korting voor groene beleggingen: die zitten niet in de berekening.
- Een deel van het jaar in Nederland: bij immigratie, emigratie of werk in het buitenland gelden andere regels voor premies en kortingen.
- Een minimum voor de arbeidskorting: is je arbeidsinkomen niet hoger dan € 45.592, dan krijg je in je aanslag minstens de arbeidskorting die je werkgever al heeft toegepast. Dat zit er niet in.
Meer over deze keuzes lees je op onze methode.
Wat verandert er in 2027
Volgens het voorstel worden in 2027 vooral de grenzen en de verdeling binnen de eerste schijf anders.
- Eerste schijf: de grens gaat naar € 39.247 en het tarief naar 36,23%. Het belastingdeel stijgt van 8,10% naar 8,58%. Voor AOW’ers wordt het 18,33%.
- Tweede schijf: het tarief stijgt van 37,56% naar 38,16%, en de schijf loopt door tot € 80.578.
- Derde schijf: het toptarief blijft 49,50%, maar begint later.
- Arbeidskorting en algemene heffingskorting: allebei hoger. De arbeidskorting wordt maximaal € 5.889, de algemene heffingskorting € 3.154. Hoeveel je precies krijgt bij elk inkomen, is nog niet helemaal bekend.
- Ouderenkorting: het maximum wordt lager, € 1.993 in het voorstel.
Wat merk je ervan? Over het deel van je inkomen tussen € 78.426 en € 80.578 betaal je in 2027 het tarief van de tweede schijf in plaats van het toptarief. Daar staat tegenover dat de tarieven van de eerste en tweede schijf iets hoger worden. Werkenden krijgen een hogere arbeidskorting, al minder dan op Prinsjesdag aangekondigd. AOW’ers krijgen een lagere ouderenkorting. Wat het voor jou samen betekent, kunnen we pas uitrekenen als alle bedragen van de kortingen voor 2027 officieel zijn.
De Tweede Kamer stemt op 12 november 2026 over het Belastingplan 2027, de Eerste Kamer in december. Pas daarna zijn de cijfers voor 2027 definitief. Ook vóór de stemming kan er nog iets schuiven: uiterlijk 2 november krijgt de Tweede Kamer meer informatie over het koopkrachtpakket.
Deze berekening is een indicatie, geen financieel advies. Voor je eigen situatie kun je terecht bij de BelastingTelefoon of een belastingadviseur. Alle bronnen staan onderaan deze pagina en op bronnen.
Download de rekensheet
Inkomstenbelasting-rekensheet 2026
Bereken belasting, premies en heffingskortingen over 2026 met de schijven en kortingen uit de wet, met bronnen.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je je inkomstenbelasting?
Je rekent eerst belasting en premie volksverzekeringen uit over je inkomen in box 1, per schijf. In 2026 is dat 35,75% tot € 38.883, 37,56% tot € 78.426 en 49,50% over het deel daarboven.
Daarna gaan je heffingskortingen eraf, zoals de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Wat overblijft is je inkomstenbelasting. Daar trek je de loonheffing af die al is ingehouden om te zien of je moet bijbetalen of geld terugkrijgt.
Wat zijn de belastingschijven in 2027?
Volgens het voorstel van het kabinet betaal je in 2027 36,23% tot € 39.247, 38,16% tot € 80.578 en 49,50% daarboven.
Dat het toptarief pas boven € 80.578 begint, kondigde het kabinet aan in de Kamerbrief van 29 september 2026. Sinds de tweede nota van wijziging van 9 oktober 2026 staat het ook in het wetsvoorstel zelf. In het oorspronkelijke Belastingplan bleef die grens op het bedrag van 2026 staan, € 78.426. Niets hiervan is definitief tot het Belastingplan 2027 in het Staatsblad staat.
Waarom rekent de calculator voor 2027 zonder heffingskortingen?
Omdat nog niet alle bedragen bekend zijn. Op 9 oktober 2026 publiceerde het kabinet het nieuwe afbouwpercentage van de algemene heffingskorting en de bedragen van de arbeidskorting op de knikpunten. Maar bij welk inkomen het tweede knikpunt van de arbeidskorting ligt en welke opbouwpercentages daarbij horen, is nog niet gepubliceerd. Dat geldt ook voor de arbeidskorting en het afbouwpercentage van de algemene heffingskorting voor AOW'ers.
Voor 2027 zie je daarom de belasting en premies vóór heffingskortingen. Zodra alle bedragen officieel zijn, rekent de calculator het volledige bedrag uit.
Krijg ik geld terug als mijn heffingskortingen hoger zijn dan mijn belasting?
Nee, meestal niet. Je heffingskortingen kunnen je belasting tot nul verlagen, maar het deel dat overblijft wordt niet uitbetaald.
Er is één uitzondering: ben je geboren vóór 1 januari 1963 en heb je weinig of geen inkomen, dan kun je de algemene heffingskorting laten uitbetalen als je fiscale partner genoeg belasting betaalt.
Telt mijn spaargeld mee voor de heffingskortingen?
Voor de algemene heffingskorting en de ouderenkorting wel. Die hangen af van je verzamelinkomen, en daar telt je inkomen uit box 3 bij op. Heb je meer vermogen dan het heffingsvrij vermogen, dan kan je algemene heffingskorting dus lager uitvallen.
Voor de arbeidskorting telt alleen je inkomen uit werk. Spaargeld en beleggingen maken daar niets uit.
Hoeveel belasting betaal je met AOW?
Minder dan iemand onder de AOW-leeftijd met hetzelfde inkomen. Je betaalt geen AOW-premie meer, daardoor is het tarief in de eerste schijf 17,85% in 2026. Daar staat tegenover dat de algemene heffingskorting en de arbeidskorting lager zijn: de algemene heffingskorting is maximaal € 1.556.
Je krijgt wel de ouderenkorting, tot € 2.067. Krijg je AOW voor alleenstaanden, dan komt daar de alleenstaandeouderenkorting van € 540 bij.
Is de uitkomst van de calculator hetzelfde als mijn aanslag?
Niet precies. De calculator rekent met box 1 en de belangrijkste heffingskortingen. Belasting in box 2 en 3, de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en sommige aftrekposten zitten er niet in. Ook kan een heffingskorting door afronding een euro of twee afwijken van de tabellen van de Belastingdienst.
De uitkomst is een indicatie. Je aanslag krijg je van de Belastingdienst, na je aangifte.
Wat is het verschil tussen loonheffing en inkomstenbelasting?
Loonheffing is een voorschot dat je werkgever of uitkeringsinstantie elke maand inhoudt. Inkomstenbelasting is wat je over het hele jaar echt verschuldigd bent.
In je aangifte wordt de ingehouden loonheffing verrekend met je inkomstenbelasting. Was de loonheffing te hoog, bijvoorbeeld omdat je twee werkgevers had of een deel van het jaar niet werkte, dan krijg je geld terug. Was ze te laag, dan betaal je bij.
Bronnen
- Belastingdienst – Box 1: inkomen uit werk en woning (tarieven en rekenvoorbeeld 2026)
- Belastingdienst – Handboek heffingskortingen 2026
- Belastingdienst – Heffingskortingen laten uitbetalen
- Wet inkomstenbelasting 2001 (artikel 2.10, 2.10a en hoofdstuk 8), versie 1 januari 2026
- Wet financiering sociale verzekeringen (premie volksverzekeringen), versie 1 januari 2026
- Kennisgroep Belastingdienst KG:202:2022:14 – Afronding heffingskortingen
- Wetsvoorstel Belastingplan 2027 met memorie van toelichting
- Kamerbrief 29 september 2026 – Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid
- Tweede nota van wijziging Belastingplan 2027 (9 oktober 2026)
- Nota naar aanleiding van het verslag Belastingplan 2027 (9 oktober 2026)
- Tweede Kamer – Kamerbrief 'Schriftelijke beantwoording op een deel van de vragen, gesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 12 oktober 2026, over het pakket Belastingplan 2027' (16 oktober 2026)
- Rijksoverheid – AOW-leeftijd
Laatst gecontroleerd: 26 oktober 2026. Zie ook alle bronnen en hoe we rekenen. Dit is een indicatie, geen financieel advies. Twijfel je over je eigen situatie? Bel de BelastingTelefoon of vraag een adviseur.