Box 3 verdelen met je fiscale partner
Fiscale partners mogen hun box 3-grondslag in elke verhouding verdelen. De box 3-belasting samen blijft daarbij vrijwel gelijk, want het tarief is voor iedereen 36%. Maar je box 3-inkomen telt mee in je verzamelinkomen, en dat bepaalt je algemene heffingskorting en ouderenkorting. Daardoor kan de ene verdeling honderden euro’s goedkoper zijn dan de andere.
Vul jullie bezittingen en schulden samen in. Onder “Meer opties” kies je welk deel van de grondslag bij jou komt; de calculator laat zien wat ieder betaalt.
Zo werkt de verdeling
De Belastingdienst behandelt fiscale partners in box 3 als één huishouden, en splitst pas aan het eind:
- Alles bij elkaar. Jullie bezittingen en schulden op 1 januari tellen samen, ongeacht op wiens naam ze staan.
- Dubbele vrijstellingen. Van de schulden gaat een gezamenlijke drempel af (€ 7.600 in 2026). Van het vermogen gaat twee keer het heffingsvrij vermogen af.
- Eén grondslag. Wat overblijft, is jullie gezamenlijke grondslag sparen en beleggen.
- Verdelen. In de aangifte geven jullie aan welk deel van die grondslag bij wie hoort. Elke verdeling mag, zolang samen het hele bedrag is verdeeld.
- Ieder zijn deel van het rendement. Je aandeel in de grondslag bepaalt welk deel van het forfaitaire rendement jouw box 3-inkomen wordt. Daarover betaal je 36%.
Omdat het tarief vlak is, maakt het voor de box 3-belasting niet uit wie het rendement krijgt. Je ziet het in de voorbeelden hieronder: alleen de verdeling over jou en je partner verschuift. Door afronding op hele euro’s kan het totaal een euro verschillen.
Half om half
Jullie zijn getrouwd en hebben samen € 150.000 spaargeld en € 150.000 in beleggingsfondsen. Jullie kiezen niets, dus de Belastingdienst verdeelt de grondslag gelijk. Ieder heeft daardoor hetzelfde box 3-inkomen.
| Forfaitair rendement banktegoeden | € 1.920 |
|---|---|
| Forfaitair rendement overige bezittingen | € 9.000 |
| Forfaitair rendement schulden (boven de drempel) | € 0 |
| Totaal forfaitair rendement | € 10.920 |
| Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden) | € 300.000 |
| Heffingsvrij vermogen (samen) | − € 118.714 |
| Grondslag sparen en beleggen | € 181.286 |
| Jij: voordeel uit sparen en beleggen (30,21% van het rendement) | € 3.298 |
| Je partner: voordeel uit sparen en beleggen (30,21% van het rendement) | € 3.298 |
| Box 3-belasting | € 2.374 |
Box 3-belasting in 2026: € 2.374. In 2027: € 3.924.
Alles bij één partner
Hetzelfde stel, maar nu komt de hele grondslag bij jou. Je partner heeft geen box 3-inkomen meer. De box 3-belasting voor jullie samen is gelijk aan die in het vorige voorbeeld.
| Forfaitair rendement banktegoeden | € 1.920 |
|---|---|
| Forfaitair rendement overige bezittingen | € 9.000 |
| Forfaitair rendement schulden (boven de drempel) | € 0 |
| Totaal forfaitair rendement | € 10.920 |
| Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden) | € 300.000 |
| Heffingsvrij vermogen (samen) | − € 118.714 |
| Grondslag sparen en beleggen | € 181.286 |
| Jij: voordeel uit sparen en beleggen (60,42% van het rendement) | € 6.597 |
| Je partner: voordeel uit sparen en beleggen (0% van het rendement) | € 0 |
| Box 3-belasting | € 2.374 |
Box 3-belasting in 2026: € 2.374. In 2027: € 3.924.
Kiezen jullie in de aangifte geen verdeling, dan rekent de Belastingdienst met half om half. De verdeling geldt voor één jaar; het jaar erop mag je anders kiezen.
Waar de verdeling wél geld scheelt
Je box 3-inkomen, het voordeel uit sparen en beleggen, is een onderdeel van je verzamelinkomen. Dat is je inkomen uit box 1, 2 en 3 samen. Een aantal heffingskortingen hangt van dat verzamelinkomen af. Verschuif je box 3-inkomen van de ene partner naar de andere, dan verschuift ook hun verzamelinkomen.
De algemene heffingskorting wordt afgebouwd
Iedereen heeft recht op de algemene heffingskorting: in 2026 maximaal € 3.115. Boven een verzamelinkomen van € 29.736 gaat er 6,398% af van elke euro meer. Zit je in die afbouw, dan kost elke euro box 3-inkomen bij jou dus niet alleen box 3-belasting, maar ook een stukje heffingskorting.
Neem het stel uit de voorbeelden hierboven. Jij hebt een belastbaar loon van € 50.000 per jaar. Je partner heeft geen inkomen. Hieronder zie je jouw inkomstenbelasting in box 1, bij drie verdelingen van de box 3-grondslag. Box 3 zelf zit niet in deze bedragen; die betaal je bovenop.
Jij, als de grondslag bij je partner staat
Je verzamelinkomen is gelijk aan je loon, want al het box 3-inkomen staat bij je partner. Je algemene heffingskorting is door je salaris al flink afgebouwd.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 7.324 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 10.751 |
| Algemene heffingskorting | − € 1.820 |
| Arbeidskorting | − € 5.399 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 10.856 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 10.856.
Jij, bij half om half
De helft van het box 3-inkomen uit het eerste voorbeeld komt bij jou. Je verzamelinkomen stijgt met € 3.298, en je algemene heffingskorting daalt.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 7.324 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 10.751 |
| Algemene heffingskorting | − € 1.609 |
| Arbeidskorting | − € 5.399 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 11.067 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 11.067.
Jij, als de hele grondslag bij jou staat
Nu komt al het box 3-inkomen uit het tweede voorbeeld bij jou: € 6.597. Je algemene heffingskorting daalt nog verder. Je arbeidskorting blijft gelijk, want die hangt af van je loon, niet van box 3.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 7.324 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 10.751 |
| Algemene heffingskorting | − € 1.398 |
| Arbeidskorting | − € 5.399 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 11.278 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 11.278.
Hoe meer box 3-inkomen bij jou, hoe lager je heffingskorting en hoe meer je in totaal betaalt. Blijft je verzamelinkomen, inclusief het box 3-inkomen, onder € 29.736, of verdien je zoveel dat je algemene heffingskorting al op nul staat, dan speelt dit effect niet.
Een partner zonder inkomen kan zijn heffingskorting gebruiken
Je partner zonder inkomen heeft ook recht op de algemene heffingskorting. Maar een heffingskorting kan alleen af van belasting en premies die je zelf moet betalen. Heeft je partner niets te betalen, dan blijft de korting onbenut.
Is je partner geboren op of na 1 januari 1963, dan krijgt hij of zij die korting ook niet uitbetaald. Zetten jullie de box 3-grondslag bij deze partner, dan valt de box 3-belasting weg tegen zijn of haar algemene heffingskorting. Dat geldt voor de hele korting, ook voor het deel dat normaal van de premie volksverzekeringen afgaat. Betaalt je partner geen premie, dan gaat dat deel van de inkomstenbelasting af, en daar hoort box 3 bij (artikel 2.7, derde lid, Wet IB 2001). In het voorbeeld hierboven gaat het om de box 3-belasting uit het tweede voorbeeld. Die is lager dan de volle korting van € 3.115, en het verzamelinkomen van je partner blijft onder de afbouwgrens. Jullie betalen dan per saldo geen box 3-belasting, en jouw heffingskorting blijft zoals in het eerste box 1-voorbeeld.
Zetten jullie alles bij jou, dan betaal jij de box 3-belasting, verlies je een deel van je eigen heffingskorting, en blijft de korting van je partner ongebruikt. Dat is in dit voorbeeld de duurste keuze.
Is je partner vóór 1 januari 1963 geboren, dan kan die de algemene heffingskorting onder voorwaarden laten uitbetalen, tot het bedrag dat jij aan belasting en premie betaalt. Het voordeel van deze verschuiving is dan kleiner.
Ouderenkorting bij AOW
Heb je de AOW-leeftijd, dan krijg je ook ouderenkorting. Die daalt boven een verzamelinkomen van € 46.002 met 15% van het meerdere. Bij gepensioneerde stellen met vermogen is dit vaak het grootste effect van de verdeling.
AOW en pensioen, zonder box 3-inkomen
Je hebt AOW en een aanvullend pensioen, samen € 42.000 per jaar. Het box 3-inkomen staat bij je partner, die een kleiner pensioen heeft. Je krijgt de volle ouderenkorting.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 4.319 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 3.791 |
| Algemene heffingskorting | − € 1.164 |
| Ouderenkorting | − € 2.067 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 4.879 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 4.879.
AOW en pensioen, met al het box 3-inkomen
Nu staat het hele box 3-inkomen uit het tweede box 3-voorbeeld bij jou. Je verzamelinkomen komt boven de afbouwgrens van de ouderenkorting, en ook je algemene heffingskorting daalt verder.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 4.319 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 3.791 |
| Algemene heffingskorting | − € 954 |
| Ouderenkorting | − € 1.679 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 5.477 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 5.477.
Blijft het verzamelinkomen van je partner ook met het box 3-inkomen erbij onder de afbouwgrens van de ouderenkorting, dan is het in dit geval goedkoper om de grondslag bij je partner te zetten. Na de AOW-leeftijd wordt de algemene heffingskorting veel langzamer afgebouwd dan de ouderenkorting.
Waar de verdeling niet uitmaakt
- Arbeidskorting en combinatiekorting. Die hangen af van je inkomen uit werk, niet van je verzamelinkomen.
- Toeslagen. Voor zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag tellen de inkomens van jou en je toeslagpartner samen. Bij wie het box 3-inkomen staat, maakt dan niet uit. Je fiscale partner is meestal ook je toeslagpartner, maar niet altijd. Meer daarover lees je bij zorgtoeslag berekenen.
- Drempels voor zorgkosten en giften. Ook daar rekent de Belastingdienst met jullie gezamenlijke inkomen.
Eén uitzondering om op te letten: bij de aanvullende beurs van een studerend kind kijkt DUO naar het inkomen van elke ouder apart. Een andere verdeling kan die beurs veranderen.
Hoe je verdeelt in de aangifte
De verdeling kies je in je aangifte inkomstenbelasting. Doen jullie samen aangifte, dan zet je in het onderdeel box 3 per partner het deel van de grondslag. Het programma van de Belastingdienst rekent dan box 1 en box 3 voor jullie allebei door. Probeer een paar verdelingen en kijk wat jullie samen betalen.
Je kunt de verdeling wijzigen tot zes weken na de datum van je definitieve aanslag, of later als er bezwaar of beroep loopt. Meestal pas je daarvoor je aangifte aan in Mijn Belastingdienst, bij “Verdelen”, en stuur je die opnieuw in. Voor 2017 tot en met 2020 stuur je een brief. Heb je de tegenbewijsregeling gebruikt, dan geldt voor je werkelijke rendement dezelfde verdeling als voor de grondslag.
Bijzondere situaties
In de loop van het jaar partner geworden. Zijn jullie bijvoorbeeld in juni getrouwd, dan kunnen jullie meestal kiezen om het hele jaar als fiscale partners te gelden. Dan krijgen jullie het dubbele heffingsvrij vermogen en mogen jullie verdelen. Kiezen jullie dat niet, dan rekent ieder voor dat jaar met zijn eigen vermogen en zijn eigen heffingsvrij vermogen.
Overlijden. Overlijdt je partner in de loop van het jaar, dan kun je kiezen om het hele jaar partners te blijven. Je mag de grondslag dan ook verdelen met je overleden partner. Dat kan gunstig zijn als jouw verzamelinkomen in de afbouw van een heffingskorting zit.
Wonen in het buitenland. Woont een van jullie (een deel van) het jaar buiten Nederland, dan kun je niet altijd vrij verdelen. Dat hangt af van wanneer ieder in Nederland woonde. Kijk daarvoor bij de Belastingdienst onder “Fiscale partner en emigratie of immigratie”.
Groene beleggingen. De heffingskorting voor groene beleggingen wordt verdeeld in dezelfde verhouding als de grondslag. Is er geen grondslag, dan gaat de korting naar de partner met het hoogste verzamelinkomen.
Verandert er iets in 2027 of 2028?
Aan de regels voor het verdelen verandert in 2027 niets. Wel komen meer stellen in box 3 terecht als het heffingsvrij vermogen daalt naar het voorstel van € 30.846 per persoon, € 61.692 samen. Voor die stellen wordt de verdeling voor het eerst een keuze. Wat het lagere bedrag betekent, lees je bij heffingsvrij vermogen. Ook de heffingskortingen voor 2027 zijn nog een voorstel: de algemene heffingskorting wordt volgens het Belastingplan afgebouwd vanaf € 30.910. In de Kamerbrief van 29 september 2026 kondigde het kabinet aan dat de afbouw in 2027 langzamer gaat. Volgens de nota naar aanleiding van het verslag van 9 oktober 2026 wordt het afbouwpercentage 6,350%.
Vanaf 2028 wil het kabinet box 3 heffen over het werkelijke rendement en over vermogenswinst. In het wetsvoorstel dat de Tweede Kamer aannam, mogen partners hun gezamenlijke resultaat nog steeds verdelen. Dat wetsvoorstel ligt bij de Eerste Kamer, en het kabinet wil het nog aanpassen. Het is dus een plan, geen regel. Wat er verder in het Belastingplan staat, lees je bij Belastingplan 2027.
Deze uitleg is een indicatie, geen financieel advies. Twijfel je welke verdeling voor jullie het gunstigst is, reken het door in het aangifteprogramma, of vraag het de BelastingTelefoon of een belastingadviseur. De rekenregels van onze calculator staan in onze methode.
Veelgestelde vragen
Mag ik box 3 vrij verdelen met mijn fiscale partner?
Ja. Fiscale partners mogen de grondslag sparen en beleggen in elke verhouding verdelen, van half om half tot alles bij één van beiden. Samen moet het op het hele bedrag uitkomen. Van wie het geld op papier is, maakt niet uit. Kiezen jullie niets, dan verdeelt de Belastingdienst half om half.
Scheelt het belasting als we box 3 anders verdelen?
Aan de box 3-belasting zelf nauwelijks: het tarief is voor iedereen 36%, dus de verdeling verschuift alleen wie betaalt. Door afronding kan het een euro schelen.
Wel kan het schelen in je heffingskortingen. Je box 3-inkomen telt mee in je verzamelinkomen, en daarvan hangen de algemene heffingskorting en de ouderenkorting af. Een andere verdeling kan daardoor honderden euro's per jaar uitmaken.
Is half om half verdelen het gunstigst?
Niet altijd. Heeft een van jullie weinig of geen inkomen, dan is het vaak gunstiger om meer box 3-inkomen bij die partner te zetten. Die kan zijn algemene heffingskorting dan verrekenen met de box 3-belasting, ook het deel dat normaal van de premies afgaat. Verdient een van jullie zoveel dat zijn algemene heffingskorting wordt afgebouwd, zet het box 3-inkomen dan liever niet bij die partner.
Kan ik de verdeling achteraf nog wijzigen?
Ja, tot zes weken na de datum van je definitieve aanslag. Meestal pas je daarvoor je aangifte aan in Mijn Belastingdienst, bij 'Verdelen', en verstuur je die opnieuw. Voor 2017 tot en met 2020 stuur je een brief. Loopt er bezwaar of beroep, dan kan het ook later. Daarna ligt de verdeling vast.
Maakt de verdeling uit voor mijn toeslagen?
Nee, als je fiscale partner ook je toeslagpartner is. Dienst Toeslagen telt het inkomen van jou en je toeslagpartner bij elkaar op, dus het maakt niet uit bij wie het box 3-inkomen staat. Wel telt de hoogte van jullie box 3-inkomen mee.
Hoeveel heffingsvrij vermogen hebben fiscale partners?
Twee keer het bedrag per persoon. In 2026 is dat samen € 118.714. Voor 2027 stelt het kabinet samen € 61.692 voor. Dat is nog geen wet.
Bronnen
- Belastingdienst – Verdelen grondslag sparen en beleggen
- Belastingdienst – Box 3-inkomen opnieuw verdelen
- Belastingdienst – Berekening box 3-inkomen 2026 (met rekenvoorbeelden voor partners)
- Belastingdienst – Fiscale partner en emigratie of immigratie
- Wet inkomstenbelasting 2001 (art. 2.7, 2.17, 2.18, 8.8, 8.9, 8.10 en 8.17)
- Kamerbrief 29 september 2026 – Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid
- Nota naar aanleiding van het verslag Belastingplan 2027 (9 oktober 2026)
Laatst gecontroleerd: 26 oktober 2026. Zie ook alle bronnen en hoe we rekenen. Dit is een indicatie, geen financieel advies. Twijfel je over je eigen situatie? Bel de BelastingTelefoon of vraag een adviseur.