Box 3 berekenen 2027

Bijgewerkt op . Cijfers gecontroleerd op 5 oktober 2026.

Box 3-belasting betaal je niet over je vermogen zelf, maar over een verondersteld rendement op het deel boven het heffingsvrij vermogen. In 2026 is dat € 59.357 per persoon en is het tarief 36%. Voor 2027 stelt het kabinet € 30.846 voor. Dat is nog geen wet.

Belastingjaar
Heb je een fiscale partner?
Banktegoeden, ook deposito's. Met partner: jullie samen.
Aandelen, fondsen, crypto, tweede woning, uitgeleend geld.
Niet de hypotheek van je eigen woning.
Meer opties: verdeling, groen beleggen, werkelijk rendement
Alleen erkende groene fondsen. Vul ze niet ook bij beleggingen in.
Rente, dividend en koerswinst samen (met partner: samen), voor de vergelijking met de tegenbewijsregeling. Laat leeg om over te slaan.
Je betaalt in 2027 aan box 3 € 646

€ 321 meer dan in 2026 (€ 325).

Met het Prinsjesdag-voorstel (€ 60.098 heffingsvrij per persoon): € 329.

Berekening gebeurt in je browser. We slaan niets op.

Bekijk de berekening
Forfaitair rendement banktegoeden€ 1.024
Forfaitair rendement overige bezittingen€ 1.574
Forfaitair rendement schulden (boven de drempel)€ 0
Totaal forfaitair rendement€ 2.598
Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden)€ 100.000
Heffingsvrij vermogen− € 30.846
Grondslag sparen en beleggen€ 69.154
Jij: voordeel uit sparen en beleggen (69,15% van het rendement)€ 1.796
Box 3-belasting€ 646

Aanname: de percentages voor spaargeld (1,28%) en de schuldendrempel (€ 3.800) voor 2027 zijn nog niet bekend. We rekenen met de waarden van 2026.

Vul in wat je had op 1 januari. Heb je een fiscale partner, vul dan jullie bezittingen en schulden samen in. De uitkomst is een indicatie, geen financieel advies.

Zo rekenen we

De calculator volgt de stappen die de Belastingdienst zelf gebruikt in zijn uitleg en rekenvoorbeelden over box 3. Wat je echt aan rente of koerswinst hebt verdiend, speelt in deze berekening geen rol. De Belastingdienst gaat uit van een vast rendement per soort bezitting: het forfaitaire rendement.

  1. Tel je bezittingen op 1 januari op, per soort. Banktegoeden zijn je spaargeld, deposito’s en het saldo op je betaalrekening. Overige bezittingen zijn onder meer aandelen, fondsen, obligaties, crypto, een tweede woning of vakantiehuis en geld dat je hebt uitgeleend. Contant geld tot € 672 per persoon telt in 2026 niet mee.
  2. Haal de schuldendrempel van je schulden af. Alleen het deel van je schulden boven € 3.800 telt mee (€ 7.600 voor fiscale partners samen). De hypotheek op je eigen woning hoort in box 1 en telt hier niet.
  3. Bereken het forfaitaire rendement. In 2026 rekent de Belastingdienst met 1,28% (voorlopig) over banktegoeden en 6% over overige bezittingen. Over je aftrekbare schulden gaat er 2,70% af. Komt het totaal onder nul uit, dan is het rendement nul.
  4. Bepaal de rendementsgrondslag. Dat is de waarde van je bezittingen min je aftrekbare schulden.
  5. Haal het heffingsvrij vermogen eraf. Wat overblijft heet de grondslag sparen en beleggen. Is die nul of minder, dan betaal je geen box 3-belasting.
  6. Bereken je aandeel. Deel je grondslag sparen en beleggen door de rendementsgrondslag. Dat percentage van het forfaitaire rendement is jouw voordeel uit sparen en beleggen: je box 3-inkomen.
  7. Pas het tarief toe. Over je voordeel betaal je 36% belasting.

Stap 6 zorgt ervoor dat je over het gemiddelde rendement van al je vermogen betaalt, maar alleen voor het deel boven het heffingsvrij vermogen. Wie relatief veel belegt, heeft een hoger gemiddeld rendement en betaalt dus per euro boven de grens meer dan iemand met alleen spaargeld.

We ronden af zoals de Belastingdienst in zijn rekenvoorbeelden: rendement op bezittingen naar beneden, rendement op schulden naar boven, je aandeel afgekapt op twee decimalen. Door afronding en voorlopige percentages kan je aanslag een paar euro afwijken. Wat de calculator niet meeneemt, lees je in onze rekenmethode.

Bedragen en percentages 2026 en 2027

In de tabel zie je per jaar welk bedrag of percentage geldt, hoe zeker het is en waar het vandaan komt. Staat er “nog niet bekend”, dan rekent de calculator voor 2027 met het cijfer van 2026.

Onderdeel 20262027 Bron en controle
Heffingsvrij vermogen per persoon € 59.357 € 30.846
voorstel
wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026
eerstekamer.nl, 5 oktober 2026
Forfaitair rendement banktegoeden 1,28%
raming
nog niet bekend belastingdienst.nl, 5 oktober 2026
Forfaitair rendement overige bezittingen 6% 7,87%
voorstel
belastingdienst.nl, 4 oktober 2026
deloitte.com (secundair), 5 oktober 2026
Forfaitair rendement schulden 2,70%
raming
nog niet bekend belastingdienst.nl, 5 oktober 2026
Tarief box 3 36% 36% wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026
wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026
Schuldendrempel per persoon € 3.800 nog niet bekend wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026
Schuldendrempel fiscale partners samen € 7.600 nog niet bekend wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026
Vrijstelling groene beleggingen per persoon € 26.715 € 200 wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026
zoek.officielebekendmakingen.nl, 4 oktober 2026
Vrijstelling groene beleggingen partners samen € 53.430 € 400 wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026
zoek.officielebekendmakingen.nl, 4 oktober 2026
Heffingskorting groene beleggingen 0,10% 0,10% wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026
wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026
Vrijstelling contant geld per persoon € 672 nog niet bekend wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026

De percentages voor banktegoeden en schulden zijn ook voor 2026 nog voorlopig. Ze worden na afloop van het jaar vastgesteld.

Rekenvoorbeelden

Alle bedragen hieronder zijn uitgerekend met dezelfde rekenregels als de calculator. Voor 2027 gaan we uit van het kabinetsvoorstel van 29 september 2026. Waar een percentage of bedrag voor 2027 nog ontbreekt, gebruiken we dat van 2026.

Alleenstaand met spaargeld

Je bent alleenstaand en hebt op 1 januari € 100.000 op je spaarrekening. Je belegt niet en hebt geen schulden. In 2027 valt een veel groter deel van je spaargeld boven het heffingsvrij vermogen. Het percentage voor spaargeld is in deze berekening gelijk aan dat van 2026.

Berekening: Alleenstaand met spaargeld
Forfaitair rendement banktegoeden€ 1.280
Forfaitair rendement overige bezittingen€ 0
Forfaitair rendement schulden (boven de drempel)€ 0
Totaal forfaitair rendement€ 1.280
Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden)€ 100.000
Heffingsvrij vermogen− € 30.846
Grondslag sparen en beleggen€ 69.154
Jij: voordeel uit sparen en beleggen (69,15% van het rendement)€ 885
Box 3-belasting€ 318

Box 3-belasting in 2027: € 318. In 2026: € 187. Voor 2027 met de spaar- en schuldpercentages van 2026 (nog niet bekend).

Fiscale partners, grondslag half om half

Jullie zijn het hele jaar fiscale partners en hebben samen € 120.000 spaargeld en € 80.000 in een beleggingsfonds. Jullie verdelen de grondslag gelijk. In 2027 tellen twee dingen op: een lager heffingsvrij vermogen en een hoger forfait voor beleggingen.

Berekening: Fiscale partners, grondslag half om half
Forfaitair rendement banktegoeden€ 1.536
Forfaitair rendement overige bezittingen€ 6.296
Forfaitair rendement schulden (boven de drempel)€ 0
Totaal forfaitair rendement€ 7.832
Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden)€ 200.000
Heffingsvrij vermogen (samen)− € 61.692
Grondslag sparen en beleggen€ 138.308
Jij: voordeel uit sparen en beleggen (34,57% van het rendement)€ 2.707
Je partner: voordeel uit sparen en beleggen (34,57% van het rendement)€ 2.707
Box 3-belasting€ 1.948

Box 3-belasting in 2027: € 1.948. In 2026: € 926. Voor 2027 met de spaar- en schuldpercentages van 2026 (nog niet bekend).

Fiscale partners, alles bij één partner

Hetzelfde stel, maar nu zet je de hele grondslag sparen en beleggen bij jezelf. De totale box 3-belasting blijft gelijk, op een euro afronding na. Of deze keuze toch geld scheelt, hangt af van jullie inkomen in box 1. Dat lees je hieronder bij de verdeling met je fiscale partner.

Berekening: Fiscale partners, alles bij één partner
Forfaitair rendement banktegoeden€ 1.536
Forfaitair rendement overige bezittingen€ 6.296
Forfaitair rendement schulden (boven de drempel)€ 0
Totaal forfaitair rendement€ 7.832
Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden)€ 200.000
Heffingsvrij vermogen (samen)− € 61.692
Grondslag sparen en beleggen€ 138.308
Jij: voordeel uit sparen en beleggen (69,15% van het rendement)€ 5.415
Je partner: voordeel uit sparen en beleggen (0% van het rendement)€ 0
Box 3-belasting€ 1.949

Box 3-belasting in 2027: € 1.949. In 2026: € 926. Voor 2027 met de spaar- en schuldpercentages van 2026 (nog niet bekend).

Vakantiehuis met een lening

Je hebt een vakantiehuis met een WOZ-waarde van € 150.000 en € 30.000 spaargeld. Voor het huis heb je een lening van € 40.000. Die lening is geen eigenwoningschuld, dus hij telt in box 3. Eerst gaat de schuldendrempel eraf, daarna verlaagt de rest van de lening zowel je rendement als je rendementsgrondslag.

Berekening: Vakantiehuis met een lening
Forfaitair rendement banktegoeden€ 384
Forfaitair rendement overige bezittingen€ 11.805
Forfaitair rendement schulden (boven de drempel)− € 978
Totaal forfaitair rendement€ 11.211
Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden)€ 143.800
Heffingsvrij vermogen− € 30.846
Grondslag sparen en beleggen€ 112.954
Jij: voordeel uit sparen en beleggen (78,54% van het rendement)€ 8.805
Box 3-belasting€ 3.169

Box 3-belasting in 2027: € 3.169. In 2026: € 1.776. Voor 2027 met de spaar- en schuldpercentages van 2026 (nog niet bekend).

Grote beleggingsportefeuille

Je belegt al jaren en hebt op 1 januari € 400.000 in aandelen en indexfondsen, plus € 25.000 spaargeld. Bij jou weegt vooral het hogere forfait voor overige bezittingen in 2027 mee. Was je werkelijke rendement in een jaar lager dan je voordeel uit sparen en beleggen, kijk dan naar de tegenbewijsregeling verderop.

Berekening: Grote beleggingsportefeuille
Forfaitair rendement banktegoeden€ 320
Forfaitair rendement overige bezittingen€ 31.480
Forfaitair rendement schulden (boven de drempel)€ 0
Totaal forfaitair rendement€ 31.800
Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden)€ 425.000
Heffingsvrij vermogen− € 30.846
Grondslag sparen en beleggen€ 394.154
Jij: voordeel uit sparen en beleggen (92,74% van het rendement)€ 29.491
Box 3-belasting€ 10.616

Box 3-belasting in 2027: € 10.616. In 2026: € 7.531. Voor 2027 met de spaar- en schuldpercentages van 2026 (nog niet bekend).

In 2026 vrijgesteld, in 2027 niet meer

Je hebt € 50.000 spaargeld. In 2026 blijf je onder het heffingsvrij vermogen en betaal je niets. Met het voorstel voor 2027 kom je er wel boven. Blijft het bij het Prinsjesdag-bedrag van € 60.098, dan betaal je ook in 2027 niets.

Berekening: In 2026 vrijgesteld, in 2027 niet meer
Forfaitair rendement banktegoeden€ 640
Forfaitair rendement overige bezittingen€ 0
Forfaitair rendement schulden (boven de drempel)€ 0
Totaal forfaitair rendement€ 640
Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden)€ 50.000
Heffingsvrij vermogen− € 30.846
Grondslag sparen en beleggen€ 19.154
Jij: voordeel uit sparen en beleggen (38,3% van het rendement)€ 245
Box 3-belasting€ 88

Box 3-belasting in 2027: € 88. In 2026: € 0. Voor 2027 met de spaar- en schuldpercentages van 2026 (nog niet bekend).

Groene beleggingen in 2026

Je hebt € 25.000 in een erkend groen fonds, € 40.000 in andere beleggingen en € 30.000 spaargeld. In 2026 valt je groene belegging helemaal onder de vrijstelling van € 26.715, en je krijgt een kleine heffingskorting. In 2027 zakt de vrijstelling naar € 200, waardoor bijna je hele groene belegging meetelt als gewone belegging.

Berekening: Groene beleggingen in 2026
Forfaitair rendement banktegoeden€ 384
Forfaitair rendement overige bezittingen€ 2.400
Forfaitair rendement schulden (boven de drempel)€ 0
Totaal forfaitair rendement€ 2.784
Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden)€ 70.000
Heffingsvrij vermogen− € 59.357
Grondslag sparen en beleggen€ 10.643
Jij: voordeel uit sparen en beleggen (15,2% van het rendement)€ 423
Box 3-belasting€ 152
Heffingskorting groene beleggingen− € 25

Box 3-belasting in 2026: € 127. In 2027: € 1.331.

Relatief is het verschil het grootst voor mensen met een vermogen tussen de oude en de voorgestelde grens: zij betaalden in 2026 niets. Bij grote vermogens is het verschil in euro’s groter, maar als deel van de totale belasting kleiner.

Wat telt mee in box 3 en wat niet

In box 3 tellen je bezittingen en schulden die niet in box 1 of box 2 vallen.

Telt mee als banktegoed: spaargeld, deposito’s, het saldo op je betaalrekening, contant geld boven de vrijstelling en het niet-vrijgestelde deel van groen spaargeld.

Telt mee als overige bezitting: aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, crypto, een tweede woning of vakantiehuis, een verhuurde woning, geld dat je aan iemand anders hebt uitgeleend en de waarde van bepaalde verzekeringen.

Telt mee als schuld: een persoonlijke lening of doorlopend krediet, een lening voor een tweede woning, je studieschuld, een negatief saldo op je rekening en het deel van je hypotheek dat niet in box 1 aftrekbaar is.

Telt niet mee: je eigen woning en de hypotheek daarop (box 1), je pensioen en lijfrente in box 1, je inboedel, je auto, kunst die je niet als belegging hebt, belastingschulden (behalve erfbelasting) en schulden tussen fiscale partners.

Aandelen waardeer je tegen de slotkoers van de laatste beursdag van het jaar ervoor. Een tweede woning tel je mee tegen de WOZ-waarde. Voor een verhuurde woning met huurbescherming geldt een lagere waarde.

Peildatum 1 januari

Voor box 3 telt alleen wat je bezat en wat je schuldig was op 1 januari van het belastingjaar. Dat betekent:

  • Spaargeld dat je in februari uitgeeft aan een verbouwing, telt voor dat jaar volledig mee.
  • Overlijdt iemand van wie je erft in maart, dan telt je erfdeel pas mee op 1 januari van het jaar erna.
  • Verkoop je in de loop van het jaar al je aandelen en zet je het geld op je spaarrekening, dan rekent de Belastingdienst voor dat jaar nog met het forfait voor beleggingen.

Je kunt de peildatum niet gebruiken om te schuiven. Zet je vlak voor 1 januari beleggingen om in spaargeld en koop je binnen drie maanden weer terug, dan negeert de Belastingdienst die verschuiving. Hetzelfde geldt voor een schuld die je alleen rond 1 januari aangaat. Dat heet peildatumarbitrage. De calculator rekent er niet mee; hij gaat uit van de bedragen die je invult.

Overweeg je vóór 1 januari 2027 iets te veranderen omdat het heffingsvrij vermogen mogelijk daalt? Bedenk dan dat het bedrag pas na de stemmingen in november en december vaststaat. Twijfel je, neem dan contact op met de BelastingTelefoon of een belastingadviseur.

Schulden en de schuldendrempel

Schulden verlagen je box 3-belasting op twee manieren. Ze verlagen je rendementsgrondslag, en over het aftrekbare deel wordt een negatief rendement gerekend.

Van je totale schulden in box 3 gaat eerst de schuldendrempel af: € 3.800 per persoon in 2026. Heb je precies dat bedrag aan schulden, dan is er niets aftrekbaar. Pas elke euro daarboven telt. Fiscale partners hebben samen een drempel van € 7.600, ook als maar één van beiden schulden heeft.

Zijn je schulden hoger dan je bezittingen, dan is je rendementsgrondslag negatief en betaal je geen box 3-belasting. Je kunt dat negatieve bedrag niet verrekenen met box 1 of met een ander jaar. Ook een negatief rendement wordt nul.

Voor 2027 staat de schuldendrempel nog niet vast. Het Belastingplan 2027 stelt een beperkte inflatiecorrectie voor; het precieze bedrag volgt pas in december. De calculator rekent tot die tijd met het bedrag van 2026.

Fiscale partner: de grondslag verdelen

Ben je het hele jaar fiscale partner, dan tellen jullie bezittingen en schulden samen. Jullie krijgen dan ook samen twee keer het heffingsvrij vermogen en twee keer de schuldendrempel. Het maakt niet uit van wie het geld op papier is. Werd je in de loop van het jaar fiscale partner, dan kun je meestal kiezen om het hele jaar als partners te gelden. Vul in dat geval in de calculator “partner: ja” in.

De grondslag sparen en beleggen mogen jullie in elke verhouding verdelen, van half om half tot alles bij één van beiden. Kiezen jullie niets, dan verdeelt de Belastingdienst half om half. Jullie kunnen de verdeling nog aanpassen zolang de aanslag niet onherroepelijk vaststaat.

Het tarief in box 3 is voor iedereen gelijk. De box 3-belasting samen verandert door de verdeling daarom nauwelijks. Toch is de keuze niet altijd om het even:

  • Algemene heffingskorting. Je box 3-inkomen telt mee in je verzamelinkomen. Boven € 29.736 daalt je algemene heffingskorting met 6,398% van het meerdere. Zet je het box 3-inkomen bij de partner die in die afbouwzone zit, dan betaal je per saldo meer.
  • Ouderenkorting. Heb je de AOW-leeftijd bereikt, dan daalt je ouderenkorting boven een verzamelinkomen van € 46.002 met 15% van het meerdere.
  • Partner met weinig inkomen. Is je partner geboren op of na 1 januari 1963, dan krijgt hij of zij de algemene heffingskorting niet uitbetaald. Die korting kan wel worden verrekend met box 3-belasting die bij je partner terechtkomt. Zo kan het gunstig zijn om juist bij de partner zonder inkomen meer van de grondslag te zetten.
  • Studiefinanciering. De ouderlijke bijdrage voor de aanvullende beurs gaat uit van het inkomen van elke ouder apart. De verdeling kan dus de beurs van je kind beïnvloeden.
  • Toeslagen. Voor toeslagen telt het inkomen van jou en je toeslagpartner samen. Daar maakt de verdeling niet uit.

De calculator rekent alleen box 3 uit, niet het effect op je heffingskortingen. Doe je samen aangifte, reken de verdeling dan door in het aangifteprogramma van de Belastingdienst. Dat neemt box 1 en box 3 samen mee.

Tegenbewijsregeling: als je echte rendement lager is

Is je werkelijke rendement lager dan het forfaitaire, dan kun je dat aantonen met de tegenbewijsregeling. Je betaalt dan belasting over je werkelijke rendement. Over 2025 en latere jaren doe je dat in je gewone aangifte inkomstenbelasting; de Belastingdienst rekent beide uit en neemt de laagste. De voorlopige aanslag gaat altijd uit van het forfaitaire rendement.

Je werkelijke rendement bestaat uit:

  • ontvangen rente, dividend en huur;
  • de waardestijging of -daling van je bezittingen in dat jaar, ook als je niets hebt verkocht;
  • min de rente die je op schulden in box 3 hebt betaald.

Kosten zoals transactiekosten, beheerkosten of onderhoud mag je niet aftrekken. Bij het werkelijke rendement krijg je geen heffingsvrij vermogen en geen schuldendrempel. Je vergelijkt het werkelijke rendement met je voordeel uit sparen en beleggen, dus het forfaitaire rendement ná het heffingsvrij vermogen. Is je werkelijke rendement negatief, dan wordt het nul. Een verlies kun je niet meenemen naar een ander jaar.

De regeling helpt vooral in jaren waarin je beleggingen weinig opleveren of dalen, en bij spaargeld met een lage rente. Onder “Meer opties” in de calculator vul je je werkelijke rendement in en zie je welke berekening lager uitkomt. Met een fiscale partner wordt het werkelijke rendement in dezelfde verhouding verdeeld als de grondslag.

Overlijden, emigratie en immigratie

Overlijden van je partner. Overlijdt je fiscale partner in de loop van het jaar, dan kun je kiezen om voor dat hele jaar partners te blijven. Je houdt dan het dubbele heffingsvrij vermogen en de dubbele schuldendrempel, en je mag de grondslag ook verdelen met je overleden partner. Het voordeel van je overleden partner wordt niet verlaagd voor de maanden na het overlijden: dat gebeurt alleen bij emigratie of immigratie.

Erfenis. Je erfdeel telt mee vanaf de eerste 1 januari na het overlijden, ook als de nalatenschap dan nog niet is verdeeld. Staat er op 1 januari nog erfbelasting open, dan telt die schuld wel mee in box 3. Andere belastingschulden tellen niet mee.

Emigratie of immigratie. Woon je maar een deel van het jaar in Nederland, dan wordt je voordeel uit sparen en beleggen naar verhouding berekend, in hele maanden. De calculator rekent met een heel jaar. Woon je in het buitenland en heb je bezittingen in Nederland, dan gelden andere regels. Die rekent deze calculator niet uit.

Spaargeld van minderjarige kinderen

Het vermogen van kinderen die op 1 januari jonger zijn dan 18, telt mee bij de ouder die het gezag heeft. Hebben beide ouders gezag, dan krijgt ieder de helft. Het kind heeft geen eigen heffingsvrij vermogen dat erbij komt. Tel de spaarrekening en eventuele beleggingen van je kinderen dus op bij je eigen bedragen in de calculator. Vanaf het jaar waarin je kind op 1 januari 18 is, heeft het een eigen box 3.

Groene beleggingen: in 2027 vrijwel geen vrijstelling meer

Voor erkende groene beleggingen geldt in 2026 een vrijstelling van € 26.715 per persoon (€ 53.430 voor fiscale partners). De vrijstelling gaat eerst naar je groene beleggingen en daarna naar groen spaargeld. Wat erboven zit, telt als gewone belegging of als gewoon spaargeld. Daarnaast krijg je een heffingskorting van 0,10% van het vrijgestelde bedrag. Die korting gaat af van je totale inkomstenbelasting, niet alleen van box 3.

Vanaf 2027 is de vrijstelling nog maar € 200 per persoon (€ 400 voor partners). Dat staat al in de wet sinds het Belastingplan 2026. De heffingskorting zakt daarmee naar vrijwel niets. Heb je groene beleggingen, dan telt het grootste deel ervan in 2027 gewoon mee tegen het forfait voor overige bezittingen.

In de calculator vul je groene beleggingen apart in onder “Meer opties”. Tel ze dan niet ook bij je gewone beleggingen op. Heb je een groene spaarrekening, vul die dan in bij spaargeld. De calculator past de vrijstelling alleen toe op groene beleggingen. Voor groen spaargeld valt de uitkomst voor 2026 daardoor iets te hoog uit.

Box 3 en je toeslagen

Box 3 raakt je toeslagen langs twee wegen. Ten eerste hebben zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget een vermogensgrens. Daarvoor kijkt Dienst Toeslagen naar je rendementsgrondslag op 1 januari: je bezittingen min je schulden boven de drempel. Voor zorgtoeslag ligt die grens in 2026 op € 146.011 voor alleenstaanden en € 184.633 met een toeslagpartner. Een lager heffingsvrij vermogen verandert die grenzen niet. Los daarvan stelt het kabinet voor om de vermogensgrens van de zorgtoeslag en het kindgebonden budget in 2027 te verlagen, voor zorgtoeslag naar € 119.122 voor alleenstaanden.

Ten tweede telt je box 3-inkomen mee in je toetsingsinkomen. Ga je in 2027 box 3-belasting betalen, dan stijgt je toetsingsinkomen en kan je toeslag iets lager uitvallen. Met de calculator voor zorgtoeslag berekenen zie je wat dat voor jou betekent.

Wat verandert er in 2027

Alle box 3-cijfers voor 2027 hieronder zijn een voorstel of een raming. Ze worden pas definitief als het Belastingplan 2027 in het Staatsblad staat. De Tweede Kamer stemt op 12 november 2026, de Eerste Kamer in december.

Heffingsvrij vermogen. Het Belastingplan van Prinsjesdag ging uit van € 60.098 per persoon: het bedrag van 2026 met een beperkte inflatiecorrectie. Op 29 september 2026 stelde het kabinet in een Kamerbrief voor om dat te verlagen naar € 30.846. Dat voorstel moet nog in de wettekst worden verwerkt. Na kritiek in de Tweede Kamer zei minister Heinen bij de Algemene Financiële Beschouwingen (1 oktober 2026) dat hij opnieuw naar het bedrag kijkt. Een nieuw bedrag is er nog niet. De calculator rekent voor 2027 met het kabinetsvoorstel en laat daarnaast zien wat je zou betalen met het Prinsjesdag-bedrag, met verder dezelfde percentages als het kabinetsvoorstel. In het oorspronkelijke Belastingplan was ook het forfait voor beleggingen lager (zie de tabel hieronder). Voor beleggers valt dat scenario in werkelijkheid dus nog iets gunstiger uit.

Forfait voor beleggingen en andere bezittingen. Volgens de wettelijke formule komt dat voor 2027 naar verwachting uit op 6,37%. Het kabinet wil daar een extra verhoging bovenop zetten, waardoor het samen 7,87% wordt. Het basispercentage komt nog niet uit een officiële publicatie en wordt begin 2027 vastgesteld. De extra verhoging staat in de Kamerbrief van 29 september 2026.

Spaargeld en schulden. De percentages voor banktegoeden en schulden over 2027 zijn er nog niet. Ze worden pas na afloop van 2027 vastgesteld, op basis van de rente die banken dat jaar echt geven en vragen. Rond december 2026 komen voorlopige percentages voor de voorlopige aanslag. Tot die tijd rekent de calculator met de percentages van 2026: 1,28% voor spaargeld en 2,70% voor schulden. Dat is een aanname. Hetzelfde geldt voor de schuldendrempel en de vrijstelling voor contant geld.

Scenario: het Belastingplan zoals ingediend op Prinsjesdag
Onderdeel 2027 Bron en controle
Heffingsvrij vermogen volgens Prinsjesdag-voorstel € 60.098
voorstel
repository.overheid.nl, 5 oktober 2026
Forfait overige bezittingen volgens Prinsjesdag (raming) 6,37%
raming
rendement.nl (secundair), 5 oktober 2026

Tarief. Het tarief blijft 36%.

Wie gaat erop vooruit en wie erop achteruit? Met dezelfde percentages voor spaargeld en schulden als in 2026 betaalt in dit voorstel niemand met een gelijk vermogen minder dan in 2026. Het meest merkbaar is het voor:

  • alleenstaanden met een vermogen tussen € 30.846 en € 59.357, en partners tussen € 61.692 en € 118.714 samen: zij betaalden in 2026 niets en gaan in 2027 wel betalen;
  • beleggers, omdat ze naast het lagere heffingsvrij vermogen ook het hogere forfait betalen;
  • mensen met groene beleggingen, door het vervallen van bijna de hele vrijstelling.

Wie alleen spaart en ruim boven de grens zit, gaat er ook op achteruit, maar alleen door het lagere heffingsvrij vermogen. Hoeveel precies, hangt af van het spaarpercentage voor 2027 dat nog moet komen.

En daarna? Vanaf 2028 wil het kabinet overstappen op belasting over het werkelijke rendement, met een heffingsvrij resultaat van € 1.000. De Eerste Kamer heeft over die wet nog niet gestemd en de aangekondigde aanpassing is nog niet ingediend. Dit is dus een scenario, geen regel. Hoe we daarmee omgaan, lees je in onze methode.

Wij controleren de cijfers op elke stap in het wetgevingsproces. Wat we op deze pagina aanpassen, houden we bij op de pagina wijzigingen.

Download de rekensheet

Box 3-rekensheet 2026 en 2027

Vul je vermogen op 1 januari in en zie de berekening stap voor stap, met de percentages en bronnen per jaar.

box3-berekening-2026-2027.xlsx, Excel-bestand van 10 kB, zonder macro's

Download .xlsx

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je box 3-belasting?

Je telt je bezittingen op 1 januari op en trekt je schulden boven de schuldendrempel af. Over elke soort bezitting rekent de Belastingdienst een vast rendement. Van je vermogen gaat het heffingsvrij vermogen af; over jouw deel van het rendement betaal je 36%.

De calculator op deze pagina doet al die stappen voor je en laat de tussenbedragen zien.

Hoeveel spaargeld mag je hebben zonder box 3-belasting?

In 2026 betaal je geen box 3-belasting als je vermogen op 1 januari niet hoger is dan € 59.357. Met een fiscale partner is dat samen € 118.714.

Voor 2027 stelt het kabinet € 30.846 per persoon voor (€ 61.692 met partner). Dat is nog geen wet.

Wat is het heffingsvrij vermogen in 2027?

Dat staat nog niet vast. Het Belastingplan van Prinsjesdag ging uit van € 60.098 per persoon. Op 29 september 2026 stelde het kabinet € 30.846 voor.

De Tweede Kamer stemt op 12 november 2026 over het Belastingplan 2027, de Eerste Kamer in december. Pas daarna is het bedrag definitief.

Hoeveel procent belasting betaal je in box 3?

Het tarief is 36%, maar niet over je hele vermogen. Je betaalt het over een verondersteld rendement. In 2026 is dat 1,28% voor spaargeld (voorlopig) en 6% voor beleggingen en andere bezittingen, en alleen voor het deel boven het heffingsvrij vermogen.

Mag je schulden aftrekken in box 3?

Ja, maar alleen het deel boven de schuldendrempel. In 2026 is die € 3.800 per persoon en € 7.600 voor fiscale partners samen.

De hypotheek op je eigen woning telt niet mee: die hoort in box 1. Belastingschulden tellen ook niet mee, behalve erfbelasting.

Welke peildatum geldt voor box 3?

1 januari van het belastingjaar. Voor box 3 over 2027 telt dus wat je had op 1 januari 2027. Wat je daarna spaart, erft of uitgeeft, telt pas mee in het jaar erop.

Geld dat je vlak voor 1 januari van beleggingen naar je spaarrekening zet en binnen drie maanden weer terugzet, telt de Belastingdienst als belegging.

Wat als mijn werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement?

Dan kun je de tegenbewijsregeling gebruiken. Je geeft in je aangifte je werkelijke rendement op: rente, dividend, huur en waardestijging, ook als je niets hebt verkocht. Is dat lager dan je voordeel uit sparen en beleggen, dan betaal je belasting over het werkelijke rendement.

Bij het werkelijke rendement krijg je geen heffingsvrij vermogen en mag je geen kosten aftrekken.

Hoe verdeel je box 3 met je fiscale partner?

Jullie mogen de grondslag sparen en beleggen in elke verhouding verdelen. Kiezen jullie niets, dan verdeelt de Belastingdienst half om half.

De box 3-belasting zelf verandert daardoor nauwelijks. Maar je box 3-inkomen telt mee in je verzamelinkomen, en dat beïnvloedt onder meer je algemene heffingskorting en ouderenkorting. Daarom kan de verdeling wel geld schelen.

Bronnen

  1. Belastingdienst – Berekening box 3-inkomen 2026 (met rekenvoorbeelden)
  2. Belastingdienst – Heffingsvrij vermogen
  3. Belastingdienst – Wat is mijn werkelijk rendement?
  4. Wet inkomstenbelasting 2001, hoofdstuk 5 (box 3)
  5. Kamerbrief 29 september 2026 – Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid
  6. Belastingplan 2027 – Fiscale sleuteltabel 2027 (gecorrigeerd)
  7. Tweede Kamer – Wetsvoorstel Belastingplan 2027
  8. Staatsblad – Belastingplan 2026 (vrijstelling groene beleggingen)

Laatst gecontroleerd: 5 oktober 2026. Zie ook alle bronnen en hoe we rekenen. Dit is een indicatie, geen financieel advies. Twijfel je over je eigen situatie? Bel de BelastingTelefoon of vraag een adviseur.