Belastingplan 2027: wat verandert er (stand oktober 2026)
Het Belastingplan 2027 is nog een wetsvoorstel. De grootste wijzigingen komen uit de Kamerbrief van 29 september 2026: het toptarief begint pas boven € 80.578, en het heffingsvrij vermogen in box 3 gaat volgens het kabinet naar € 30.846 per persoon. De hogere grens voor het toptarief staat sinds 9 oktober in het wetsvoorstel. De verlaging in box 3 staat in een apart wetsvoorstel, de novelle box 3. Daarvan ligt alleen nog een ontwerp bij de Raad van State. Over het Belastingplan stemt de Tweede Kamer volgens de planning op 12 november 2026.
Prinsjesdag tegenover de Kamerbrief van 29 september
Op Prinsjesdag (15 september) stuurde het kabinet het Belastingplan 2027 naar de Tweede Kamer. Twee weken later volgde de Kamerbrief “Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid”. Daarin veranderen vier cijfers voor box 1 en box 3 in 2027. De nota van wijziging van 2 oktober repareerde alleen technische fouten. Op 9 oktober volgde de tweede nota van wijziging. Die zet de twee box 1-cijfers uit de brief in de tekst van het wetsvoorstel. Tegelijk verscheen de nota naar aanleiding van het verslag, met antwoorden op vragen van de Kamer en nieuwe bedragen voor de heffingskortingen.
De twee box 3-cijfers horen niet bij het Belastingplan. Het kabinet regelt ze in een apart wetsvoorstel, de novelle box 3. Het ontwerp daarvan stuurde het op 2 oktober naar de Raad van State, en de tekst is openbaar. Bij de Tweede Kamer is de novelle nog niet ingediend.
| Onderdeel | Prinsjesdag, 15 september | Nu voorgesteld | Status | Bron |
|---|---|---|---|---|
| Toptarief geldt boven | € 78.426 (grens van 2026 bevroren) | € 80.578 | voorstel, sinds 9 oktober in het wetsvoorstel | Kamerbrief, tweede nota van wijziging |
| Verhoging maximale arbeidskorting | hoger bedrag (zie hieronder) | € 133 | voorstel, sinds 9 oktober in het wetsvoorstel | Kamerbrief, tweede nota van wijziging |
| Afbouwpercentage algemene heffingskorting | hoger percentage | 6,350% | voorstel | nota naar aanleiding van het verslag |
| Heffingsvrij vermogen box 3, per persoon | € 60.098 | € 30.846 | voorstel, in het ontwerp van de novelle box 3 | sleuteltabel, Kamerbrief, ontwerp-novelle |
| Forfait overige bezittingen box 3 | 6,37% | 7,87% | voorstel, in het ontwerp van de novelle box 3; de Prinsjesdag-waarde is een raming | Kamerbrief, toelichting ontwerp-novelle |
Op Prinsjesdag stelde het kabinet een grotere verhoging van de arbeidskorting voor. Die is in de brief verlaagd, zodat er geld vrijkomt voor de hogere grens van de derde schijf. Omdat de algemene heffingskorting pas bij die hogere grens op nul uitkomt, wordt ze langzamer afgebouwd dan op Prinsjesdag voorgesteld. Daardoor daalt het afbouwpercentage.
Het forfait voor overige bezittingen is het rendement dat de Belastingdienst veronderstelt op beleggingen, crypto en een tweede woning. Het kabinet wil dat forfait extra verhogen, bovenop de uitkomst van de wettelijke formule. Volgens de toelichting bij het ontwerp van de novelle komt het forfait voor 2027 daarmee uit op 7,87%. Het percentage zonder die verhoging stelt de minister pas begin 2027 vast. Het getal in de kolom Prinsjesdag is daarom een raming: het voorstel min de extra verhoging uit het ontwerp.
Box 3: minder vrijgesteld vermogen
In 2026 betaal je geen box 3-belasting over de eerste € 59.357 van je vermogen. Het kabinet wil dat in 2027 terugbrengen naar € 30.846, het niveau van 2020. Met een fiscale partner tel je het bedrag dubbel: € 61.692.
Heb je op 1 januari 2027 een vermogen tussen die twee bedragen, dan betaal je volgens het voorstel box 3-belasting, ook als je met hetzelfde vermogen in 2026 niets betaalde. Wie al betaalde, betaalt meer, zeker met beleggingen door het hogere forfait. De percentages voor spaargeld en schulden over 2027 zijn nog niet bekend. In box 3 berekenen zie je wat het voorstel voor jou betekent. Hoe het heffingsvrij vermogen precies werkt, staat bij heffingsvrij vermogen.
In dezelfde brief kondigt het kabinet aan dat box 3 vanaf 2028 deels een belasting op echte vermogenswinst wordt. Dat regelt het in de novelle box 3, samen met het lagere heffingsvrij vermogen en het hogere forfait voor 2027. Het ontwerp van de novelle ligt sinds 2 oktober 2026 bij de Raad van State voor een spoedadvies. Op 7 oktober overlegde de Raad van State daarover met de minister en de staatssecretaris. Het advies komt naar verwachting op 28 oktober. De staatssecretaris streeft ernaar de novelle uiterlijk maandag 2 november in te dienen bij de Tweede Kamer. De uitvoeringstoets van de Belastingdienst gaat dan mee.
Ook het lagere heffingsvrij vermogen zelf is onzeker. Op 5 oktober zei minister Heinen in de Eerste Kamer dat de verlaging zoals voorgesteld niet de definitieve grens wordt. Een nieuw bedrag noemde hij niet. Het ontwerp van de novelle is van 2 oktober, dus van vóór die uitspraak, en noemt nog € 30.846. Ook in de nota naar aanleiding van het verslag van 9 oktober rekent het kabinet nog met dat bedrag.
Ook de dekking speelt mee. In de Kamerbrief van 29 september is het lagere heffingsvrij vermogen een van de maatregelen waarmee het kabinet de kosten van de novelle dekt. Op 16 oktober schreef het kabinet dat het werkt aan een andere dekking voor de novelle. Het aangepaste dekkingsvoorstel krijgt de Kamer uiterlijk 2 november. Een nieuw bedrag voor het heffingsvrij vermogen staat niet in die brief.
Inkomstenbelasting: tarieven en schijven
Het tarief van de eerste schijf gaat volgens het voorstel van 35,75% naar 36,23%. De tweede schijf gaat van 37,56% naar 38,16%. Het toptarief blijft 49,50%.
De meeste bedragen in de inkomstenbelasting stijgen minder hard dan de inflatie: het kabinet past de jaarlijkse inflatiecorrectie maar voor een deel toe. De maximale algemene heffingskorting wordt daardoor € 3.154, en de ouderenkorting daalt naar € 1.993.
De hogere grens van het toptarief verandert ook de algemene heffingskorting. Die korting is nul bij een inkomen vanaf € 80.578, het begin van het toptarief. Omdat dat punt hoger ligt, wordt de korting langzamer afgebouwd: met 6,350% van je inkomen boven de afbouwgrens, in plaats van het percentage uit het wetsvoorstel van Prinsjesdag. De arbeidskorting wordt volgens de nota naar aanleiding van het verslag maximaal € 5.889, tegen € 5.685 in 2026.
Al deze bedragen zijn een voorstel. Het extra koopkrachtgeld uit de Kamerbrief van 29 september staat sinds 9 oktober in het wetsvoorstel. Toch schreef het kabinet op 16 oktober 2026 dat het koopkrachtpakket nog niet definitief is. Uiterlijk 2 november krijgt de Tweede Kamer meer informatie over hoe het kabinet de wens uit de Algemene Politieke Beschouwingen uitvoert om werken meer te laten lonen. Nieuwe bedragen noemt het kabinet niet, maar tarieven en kortingen voor 2027 kunnen nog veranderen.
Nog niet bekend zijn het inkomen waarbij het tweede knikpunt van de arbeidskorting ligt, de precieze opbouwpercentages en, voor AOW’ers, de arbeidskorting en het afbouwpercentage van de algemene heffingskorting. Die volgen naar verwachting in december, met de regeling voor de inflatiecorrectie. Tot dan rekenen onze calculators de heffingskortingen voor 2027 nog niet uit. Wat de cijfers van 2026 voor je netto inkomen betekenen, zie je bij inkomstenbelasting berekenen.
Krijg je een voorlopige aanslag over 2027? De Belastingdienst verstuurt die eind 2026 en begin 2027. Of de hogere grens voor het toptarief en de nieuwe arbeidskorting daar al in zitten, is nog niet zeker: volgens het kabinet is dit meer werk dan een gewone aanpassing van een bedrag. Lukt het niet op tijd, dan rekent de voorlopige aanslag met de cijfers van Prinsjesdag. Wijzigingen die pas na 20 november 2026 bekend worden, bijvoorbeeld door amendementen, komen er in elk geval niet meer in. Klopt jouw voorlopige aanslag daardoor niet, dan kun je zelf een nieuwe aanvragen. Doe je niets, dan wordt het verschil rechtgezet in de definitieve aanslag over 2027: je betaalt dan bij of krijgt geld terug.
Toeslagen, auto en ondernemers
Niet alles wat in 2027 verandert, staat in het Belastingplan. De zorgtoeslag hangt af van de begroting van VWS, de kinderopvangtoeslag van twee aparte besluiten. In de tabel zie je per regel of het bedrag al vastligt.
| Onderdeel | 2026 | 2027 | Bron en controle |
|---|---|---|---|
| Maximale zorgtoeslag alleenstaand per jaar | € 1.550 | € 1.680 raming | download.belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 zoek.officielebekendmakingen.nl, 26 oktober 2026 |
| Vermogensgrens alleenstaand | € 146.011 | € 119.122 raming | wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026 zoek.officielebekendmakingen.nl, 26 oktober 2026 |
| Maximum uurprijs dagopvang | € 11,23 | € 11,60 | wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026 zoek.officielebekendmakingen.nl, 12 oktober 2026 |
| Hoogste percentage eerste kind tot toetsingsinkomen | € 56.412 | € 71.903 voorstel | wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026 tweedekamer.nl, 26 oktober 2026 |
| Bijtelling elektrische auto (tot de cap) | 18% | 20% | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026 |
| Zelfstandigenaftrek | € 1.200 | € 900 | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026 |
| Startersaftrek | € 2.123 | € 10 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 zoek.officielebekendmakingen.nl, 26 oktober 2026 |
- Zorgtoeslag: de maximale toeslag voor 2027 is een raming. De lagere vermogensgrens hoort bij een aparte wet. Die staat sinds 19 oktober 2026 in het Staatsblad en gaat in op 1 januari 2027. Het precieze bedrag volgt in december, na de indexering. Reken het uit met zorgtoeslag berekenen.
- Kinderopvangtoeslag: de hogere maximum uurprijzen staan sinds 8 oktober 2026 in het Staatsblad en zijn definitief. De hogere vergoedingspercentages, voor middeninkomens tot en met de vaste voet bij de hoogste inkomens, volgen in een tweede besluit dat nog niet gepubliceerd is. Zie kinderopvangtoeslag berekenen.
- Bijtelling elektrische auto: voor auto’s met een eerste toelating in 2027 gaat de bijtelling naar 20% tot een cataloguswaarde van € 30.000. Dat staat al sinds het Belastingplan 2026 in de wet. Zie bijtelling berekenen.
- Zelfstandigen: de lagere zelfstandigenaftrek is al wet. De startersaftrek van € 10 en het verdwijnen ervan in 2028 zijn nog een voorstel.
Tijdpad: wanneer ligt het vast
- 15 september 2026: Prinsjesdag, het Belastingplan 2027 gaat naar de Tweede Kamer.
- 29 september 2026: Kamerbrief met de nieuwe cijfers voor box 1 en box 3.
- 2 oktober 2026: eerste nota van wijziging, alleen technisch. Dezelfde dag vraagt het kabinet de Raad van State om spoedadvies over het ontwerp van de novelle box 3.
- 5 oktober 2026: minister Heinen zegt in een overleg met de Eerste Kamer dat het lagere heffingsvrij vermogen niet de definitieve grens wordt.
- 9 oktober 2026: tweede nota van wijziging (grens toptarief en verhoging arbeidskorting in de tekst van het wetsvoorstel) en de nota naar aanleiding van het verslag.
- 12 oktober 2026: eerste wetgevingsoverleg in de Tweede Kamer. De Kamerleden stellen hun vragen; de behandeling gaat later verder.
- 16 oktober 2026: het kabinet beantwoordt een deel van de vragen schriftelijk. Het werkt aan een andere dekking voor de novelle box 3, en het koopkrachtpakket is nog niet definitief. Over allebei krijgt de Kamer uiterlijk 2 november meer informatie.
- 26 oktober 2026: tweede wetgevingsoverleg, met het mondelinge antwoord van het kabinet op de overige vragen en een tweede ronde.
- 28 oktober 2026 (verwacht): advies van de Raad van State over de novelle box 3. Op 7 oktober overlegde de Raad van State daarover al met de minister en de staatssecretaris (een zogeheten artikel 24-overleg).
- Uiterlijk 2 november 2026: het kabinet wil de novelle box 3 dan indienen bij de Tweede Kamer, met de uitvoeringstoets van de Belastingdienst. Uiterlijk die dag krijgt de Kamer ook het aangepaste dekkingsvoorstel. Komt de novelle op tijd binnen, dan kan de Kamer er volgens een voorlopig schema van de commissie Financiën op 12 november over stemmen. Het kabinet wil dat dat tegelijk met het Belastingplan gebeurt.
- 4 en 10 november 2026: afronding van het Belastingplan in de plenaire zaal.
- 12 november 2026: stemming in de Tweede Kamer. Er zijn amendementen ingediend; als die worden aangenomen, kunnen cijfers nog veranderen.
- December 2026: behandeling en stemming in de Eerste Kamer.
- Eind december 2026: publicatie in het Staatsblad. Pas dan zijn de cijfers definitief.
- 1 januari 2027: de wijzigingen gaan in.
Het kabinet heeft geen meerderheid in beide Kamers. Daarom kan er tot de laatste stemming nog iets schuiven. We controleren de cijfers na elke stap en houden de wijzigingen bij op de wijzigingenpagina.
Wat je nu al kunt doen
Voor box 3 telt je vermogen op 1 januari 2027. Kijk in december wat er dan definitief is. Beleggingen kort voor 1 januari omzetten in spaargeld en daarna terug, of rond die datum tijdelijk een schuld aangaan, heeft geen zin. Zulke schuiven binnen drie maanden rond de peildatum telt de Belastingdienst niet mee. Voor je loon verandert er pas iets in januari, als je werkgever met de nieuwe tabellen rekent.
Dit overzicht is een indicatie, geen financieel advies. Hoe we cijfers controleren en wat onze calculators wel en niet meenemen, lees je in onze methode.
Veelgestelde vragen
Wat verandert er in 2027 aan de inkomstenbelasting?
Volgens het Belastingplan 2027 gaat het tarief van de eerste schijf van 35,75% naar 36,23% en dat van de tweede schijf van 37,56% naar 38,16%. Het toptarief blijft 49,50%.
Sinds de Kamerbrief van 29 september 2026 wil het kabinet het toptarief pas laten beginnen boven € 80.578, in plaats van boven € 78.426. Sinds 9 oktober 2026 staat dat ook in het wetsvoorstel, via de tweede nota van wijziging. Het is allemaal nog een voorstel.
Hoeveel spaargeld mag je in 2027 hebben zonder box 3-belasting?
Dat staat nog niet vast. Het kabinet stelt sinds 29 september 2026 een heffingsvrij vermogen van € 30.846 per persoon voor. Op Prinsjesdag was dat nog € 60.098. In 2026 is het € 59.357.
Het nieuwe bedrag staat niet in het Belastingplan, maar in het ontwerp van een apart wetsvoorstel: de novelle box 3. Dat ontwerp ligt sinds 2 oktober 2026 bij de Raad van State. Die brengt naar verwachting op 28 oktober advies uit. Het kabinet wil de novelle uiterlijk 2 november indienen bij de Tweede Kamer. Op 5 oktober 2026 zei minister Heinen in een overleg met de Eerste Kamer dat de verlaging naar € 30.846 niet de definitieve grens wordt. Een nieuw bedrag noemde hij niet. Op 16 oktober schreef het kabinet dat het werkt aan een andere dekking voor de novelle; het aangepaste dekkingsvoorstel volgt uiterlijk 2 november. In de Kamerbrief van 29 september is het lagere heffingsvrij vermogen een van de dekkingsmaatregelen. Een nieuw bedrag staat niet in de brief van 16 oktober. Wordt het heffingsvrij vermogen flink lager, dan betalen veel mensen die nu geen box 3-belasting betalen dat in 2027 wel.
Gaat de arbeidskorting omhoog in 2027?
Ja. Volgens het voorstel stijgt de maximale arbeidskorting in 2027 mee met de (beperkte) inflatiecorrectie, plus een extra verhoging van € 133. Op Prinsjesdag had het kabinet een grotere extra verhoging voorgesteld. Die is in de Kamerbrief van 29 september 2026 verlaagd om de hogere grens van de derde schijf te betalen. Sinds 9 oktober 2026 staat de nieuwe verhoging in het wetsvoorstel.
Volgens de nota naar aanleiding van het verslag van 9 oktober wordt de arbeidskorting in 2027 maximaal € 5.889, tegen € 5.685 in 2026. Bij welk inkomen het tweede knikpunt ligt en hoe snel de korting precies opbouwt, volgt in de regeling van december.
Wanneer is het Belastingplan 2027 definitief?
Na de stemming in de Eerste Kamer en de publicatie in het Staatsblad. De Tweede Kamer stemt op 12 november 2026, de Eerste Kamer in december. Publicatie in het Staatsblad volgt meestal eind december. De wijzigingen gaan in op 1 januari 2027.
Het lagere heffingsvrij vermogen en het hogere forfait in box 3 staan niet in het Belastingplan, maar in de novelle box 3. Die moet apart door beide Kamers en in het Staatsblad komen. Volgens het kabinet moet de Eerste Kamer de novelle vóór 31 december 2026 aannemen.
Ook de box 1-cijfers kunnen tot de stemmingen nog schuiven. Op 16 oktober 2026 schreef het kabinet dat het koopkrachtpakket nog niet definitief is. Uiterlijk 2 november krijgt de Tweede Kamer daarover meer informatie.
Wat stond er in de Kamerbrief van 29 september 2026?
Het kabinet beloofde extra maatregelen om steun te krijgen in de Tweede en Eerste Kamer. Voor 2027 gaat het om een lager heffingsvrij vermogen in box 3, een hoger forfait voor beleggingen en andere bezittingen, een kleinere verhoging van de arbeidskorting en een hogere grens voor het toptarief. Daarnaast wil het kabinet box 3 vanaf 2028 deels omzetten in een belasting op vermogenswinst.
De brief is zelf geen wet. De cijfers voor box 1 staan sinds 9 oktober 2026 in het Belastingplan, via de tweede nota van wijziging. De cijfers voor box 3 staan in het ontwerp van de novelle box 3, die nog niet bij de Tweede Kamer ligt.
Wat verandert er in 2027 voor zzp'ers?
De zelfstandigenaftrek daalt van € 1.200 naar € 900. Dat staat al in de wet. De startersaftrek gaat volgens het Belastingplan van € 2.123 naar € 10 en verdwijnt in 2028. Dat laatste is nog een voorstel.
Bronnen
- Tweede Kamer – Kamerbrief 'Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid' (29 september 2026)
- Eerste Kamer – dezelfde Kamerbrief als pdf
- Wetsvoorstel Belastingplan 2027 (Prinsjesdag)
- Belastingplan 2027, memorie van toelichting
- Fiscale sleuteltabel 2027 (gecorrigeerde versie)
- Tweede Kamer, commissie Financiën – planning behandeling Belastingplan 2027 (besluitenlijst 24 september 2026)
- Nota van wijziging Belastingplan 2027 (2 oktober 2026, technisch)
- Tweede nota van wijziging Belastingplan 2027 (9 oktober 2026)
- Nota naar aanleiding van het verslag Belastingplan 2027 (9 oktober 2026)
- Ontwerp Novelle uitbreiding vermogenswinstbelasting box 3 – wettekst (adviesaanvraag Raad van State, 2 oktober 2026)
- Ontwerp Novelle uitbreiding vermogenswinstbelasting box 3 – memorie van toelichting (2 oktober 2026)
- Rijksoverheid – Belastingplan 2027 (nieuwsbericht Prinsjesdag)
- Belastingplan 2026 in het Staatsblad (bijtelling en zelfstandigenaftrek 2027)
- Begroting VWS 2027, memorie van toelichting (zorgtoeslag)
- Ontwerpbesluit kinderopvangtoeslag 2027 (voorhang)
- Staatsblad 2026, 326: Wet vereenvoudiging partnerbegrip toeslagen (lagere vermogensgrens zorgtoeslag)
- Staatsblad 2026, 308: indexatie kinderopvangtoeslag 2027 (maximum uurprijzen)
- Tweede Kamer, commissie Financiën – besluitenlijst 8 oktober 2026 (planning novelle box 3)
- Eerste Kamer – Mondeling overleg over box 3 (nieuwsbericht, 6 oktober 2026)
- Tweede Kamer – Kamerbrief 'Informatieverzoek artikel 24-overleg Raad van State over box 3' (14 oktober 2026)
- Tweede Kamer – Kamerbrief 'Schriftelijke beantwoording op een deel van de vragen, gesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 12 oktober 2026, over het pakket Belastingplan 2027' (16 oktober 2026)
Laatst gecontroleerd: 26 oktober 2026. Zie ook alle bronnen en hoe we rekenen. Dit is een indicatie, geen financieel advies. Twijfel je over je eigen situatie? Bel de BelastingTelefoon of vraag een adviseur.