Heffingsvrij vermogen 2027
Over de eerste € 59.357 van je vermogen betaal je in 2026 geen box 3-belasting. Voor 2027 stelt het kabinet € 30.846 per persoon voor, ongeveer de helft. Met een fiscale partner tel je het bedrag dubbel. Het voorstel is nog geen wet: in het Belastingplan van Prinsjesdag staat nog € 60.098. En volgens minister Heinen wordt het voorgestelde bedrag niet de definitieve grens.
Vul je spaargeld en beleggingen op 1 januari in. Kies 2027 en je ziet wat je met het voorstel betaalt, naast het bedrag voor 2026.
Drie bedragen naast elkaar
Op dit moment zijn er voor 2027 twee bedragen in omloop. Dat komt doordat het kabinet twee weken na Prinsjesdag een nieuw voorstel deed.
| Situatie | Per persoon | Fiscale partners samen | Status |
|---|---|---|---|
| 2026 | € 59.357 | € 118.714 | definitief |
| 2027, Prinsjesdag | € 60.098 | € 120.196 | wetsvoorstel¹ |
| 2027, Kamerbrief² | € 30.846 | € 61.692 | voorstel |
¹ Staat in het Belastingplan van 15 september 2026; het kabinet wil het wijzigen. ² Kamerbrief van 29 september 2026. Staat nu in het ontwerp van de novelle box 3, nog niet ingediend bij de Tweede Kamer.
Het Prinsjesdag-bedrag is het bedrag van 2026 met een beperkte inflatiecorrectie. Het nieuwe voorstel zet de klok terug naar het niveau van 2020. Het kabinet wil met de opbrengst een deel betalen van de overstap naar een belasting op echte vermogenswinst vanaf 2028.
In hetzelfde voorstel gaat het forfait voor beleggingen en andere bezittingen omhoog: van naar verwachting 6,37% naar 7,87%. Dat laatste percentage staat in de toelichting bij het ontwerp van de novelle. Wie belegt, merkt in 2027 dus twee dingen tegelijk.
Wat het heffingsvrij vermogen precies doet
Veel mensen denken dat ze over elke euro boven de grens 36% betalen. Zo werkt het niet. Het heffingsvrij vermogen gaat af van je vermogen, niet van je belasting.
De Belastingdienst telt eerst je bezittingen op 1 januari op en haalt je schulden boven de schuldendrempel eraf. Dat is je rendementsgrondslag. Daarvan gaat het heffingsvrij vermogen af. Wat overblijft, is de grondslag sparen en beleggen. Over dat deel rekent de Belastingdienst met een verondersteld rendement, en pas over dat rendement betaal je 36%.
Twee gevolgen:
- Net boven de grens betaal je heel weinig. Heb je een paar honderd euro meer dan het heffingsvrij vermogen, dan betaal je een paar euro, of na afronding zelfs niets.
- De grens geldt voor alles samen. Het heffingsvrij vermogen is geen aparte vrijstelling voor spaargeld. Spaargeld, beleggingen, crypto en een vakantiehuis tellen allemaal mee. Heb je beleggingen, dan rekent de Belastingdienst met het gemiddelde rendement van je hele vermogen.
Het heffingsvrij vermogen is geen bedrag dat je moet aanvragen. De Belastingdienst past het automatisch toe in je aanslag.
Met een fiscale partner: twee keer
Ben je het hele jaar fiscale partners, dan krijgen jullie samen twee keer het heffingsvrij vermogen. Dat geldt ook als al het geld op naam van één van jullie staat. Jullie bezittingen en schulden worden opgeteld, het dubbele heffingsvrij vermogen gaat eraf, en het restant verdelen jullie in de aangifte zoals jullie willen.
Getrouwde stellen en geregistreerde partners zijn in de regel fiscale partners. Woon je ongetrouwd samen, dan ben je fiscale partner als je op hetzelfde adres staat ingeschreven en bijvoorbeeld een samenlevingscontract bij de notaris hebt, samen een kind hebt of samen een huis bezit. Werden jullie in de loop van het jaar partner, dan kun je meestal kiezen om het hele jaar als partners te gelden. Hoe het verdelen werkt en waarom het wél geld kan schelen, lees je bij box 3 verdelen met je fiscale partner.
Kinderen onder de 18 hebben geen eigen heffingsvrij vermogen. Hun spaargeld telt mee bij de ouder met gezag, en bij twee ouders met gezag voor de helft bij elk. Een spaarrekening op naam van je kind verlaagt je box 3 dus niet.
Wat telt mee als vermogen
Het heffingsvrij vermogen gaat af van je hele box 3-vermogen op 1 januari. Dingen die mensen vaak vergeten:
- het saldo op je betaalrekening, niet alleen je spaarrekening;
- geld dat je aan familie of vrienden hebt uitgeleend;
- crypto, ook op een buitenlands platform;
- het spaargeld van je minderjarige kinderen;
- je aandeel in de reservepot van je vereniging van eigenaren;
- een tweede woning of vakantiehuis, ook in het buitenland.
Niet mee tellen je eigen woning en de hypotheek daarop (voor zover die in box 1 valt), je pensioen, je auto en je inboedel. Schulden zoals een persoonlijke lening of studieschuld verlagen je vermogen, maar alleen voor het deel boven de schuldendrempel: in 2026 € 3.800 per persoon. De schuldendrempel voor 2027 is nog niet vastgesteld.
Wie gaat in 2027 voor het eerst betalen
Gaat het voorstel door, dan betalen in 2027 mensen box 3-belasting die er in 2026 niet mee te maken hadden. Het gaat om alleenstaanden met een vermogen (na aftrek van schulden) tussen € 30.846 en € 59.357, en om stellen tussen € 61.692 en € 118.714.
De voorbeelden hieronder zijn berekend met onze rekenmodule, met de cijfers van het kabinetsvoorstel voor 2027 en ter vergelijking 2026. Het percentage voor spaargeld over 2027 is nog niet bekend; we gebruiken dat van 2026.
Alleenstaand met een buffer van 45.000 euro
Je hebt € 45.000 op je spaar- en betaalrekening en verder niets. In 2026 zit je ruim onder de grens. Met het voorstel voor 2027 valt een deel van je spaargeld erboven. Het bedrag is klein, maar je betaalt voor het eerst box 3-belasting.
| Forfaitair rendement banktegoeden | € 576 |
|---|---|
| Forfaitair rendement overige bezittingen | € 0 |
| Forfaitair rendement schulden (boven de drempel) | € 0 |
| Totaal forfaitair rendement | € 576 |
| Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden) | € 45.000 |
| Heffingsvrij vermogen | − € 30.846 |
| Grondslag sparen en beleggen | € 14.154 |
| Jij: voordeel uit sparen en beleggen (31,45% van het rendement) | € 181 |
| Box 3-belasting | € 65 |
Box 3-belasting in 2027: € 65. In 2026: € 0. Voor 2027 met de spaar- en schuldpercentages van 2026 (nog niet bekend).
Net boven de voorgestelde grens
Je hebt € 31.000 spaargeld, een paar honderd euro boven het voorgestelde heffingsvrij vermogen. Het verondersteld rendement over dat meerdere is zo laag dat de belasting na afronding op nul uitkomt.
| Forfaitair rendement banktegoeden | € 396 |
|---|---|
| Forfaitair rendement overige bezittingen | € 0 |
| Forfaitair rendement schulden (boven de drempel) | € 0 |
| Totaal forfaitair rendement | € 396 |
| Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden) | € 31.000 |
| Heffingsvrij vermogen | − € 30.846 |
| Grondslag sparen en beleggen | € 154 |
| Jij: voordeel uit sparen en beleggen (0,49% van het rendement) | € 1 |
| Box 3-belasting | € 0 |
Box 3-belasting in 2027: € 0. In 2026: € 0. Voor 2027 met de spaar- en schuldpercentages van 2026 (nog niet bekend).
Stel met 100.000 euro spaargeld
Jullie zijn fiscale partners en hebben samen € 100.000 gespaard. In 2026 valt dat binnen het dubbele heffingsvrij vermogen. In 2027 niet meer. Jullie verdelen de grondslag half om half.
| Forfaitair rendement banktegoeden | € 1.280 |
|---|---|
| Forfaitair rendement overige bezittingen | € 0 |
| Forfaitair rendement schulden (boven de drempel) | € 0 |
| Totaal forfaitair rendement | € 1.280 |
| Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden) | € 100.000 |
| Heffingsvrij vermogen (samen) | − € 61.692 |
| Grondslag sparen en beleggen | € 38.308 |
| Jij: voordeel uit sparen en beleggen (19,15% van het rendement) | € 245 |
| Je partner: voordeel uit sparen en beleggen (19,15% van het rendement) | € 245 |
| Box 3-belasting | € 176 |
Box 3-belasting in 2027: € 176. In 2026: € 0. Voor 2027 met de spaar- en schuldpercentages van 2026 (nog niet bekend).
Alleenstaand, deels belegd
Je hebt € 20.000 spaargeld en € 40.000 in een indexfonds. In 2026 zit je nauwelijks boven de grens. In 2027 tellen het lagere heffingsvrij vermogen en het hogere forfait voor beleggingen samen. Daardoor betaal je meer dan iemand met hetzelfde bedrag op een spaarrekening.
| Forfaitair rendement banktegoeden | € 256 |
|---|---|
| Forfaitair rendement overige bezittingen | € 3.148 |
| Forfaitair rendement schulden (boven de drempel) | € 0 |
| Totaal forfaitair rendement | € 3.404 |
| Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden) | € 60.000 |
| Heffingsvrij vermogen | − € 30.846 |
| Grondslag sparen en beleggen | € 29.154 |
| Jij: voordeel uit sparen en beleggen (48,59% van het rendement) | € 1.654 |
| Box 3-belasting | € 595 |
Box 3-belasting in 2027: € 595. In 2026: € 10. Voor 2027 met de spaar- en schuldpercentages van 2026 (nog niet bekend).
Stel met spaargeld en aandelen
Jullie hebben samen € 90.000 spaargeld en € 30.000 in aandelen. In 2026 betalen jullie een paar euro. Met het voorstel voor 2027 wordt het een merkbaar bedrag per jaar.
| Forfaitair rendement banktegoeden | € 1.152 |
|---|---|
| Forfaitair rendement overige bezittingen | € 2.361 |
| Forfaitair rendement schulden (boven de drempel) | € 0 |
| Totaal forfaitair rendement | € 3.513 |
| Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden) | € 120.000 |
| Heffingsvrij vermogen (samen) | − € 61.692 |
| Grondslag sparen en beleggen | € 58.308 |
| Jij: voordeel uit sparen en beleggen (24,29% van het rendement) | € 853 |
| Je partner: voordeel uit sparen en beleggen (24,29% van het rendement) | € 853 |
| Box 3-belasting | € 614 |
Box 3-belasting in 2027: € 614. In 2026: € 10. Voor 2027 met de spaar- en schuldpercentages van 2026 (nog niet bekend).
Scenario: het Prinsjesdag-bedrag blijft staan
Dezelfde spaarder met € 45.000 als in het eerste voorbeeld, maar nu met het heffingsvrij vermogen en het forfait uit het Belastingplan van Prinsjesdag. Haalt het kabinetsvoorstel het niet, dan blijft deze spaarder ook in 2027 onder de grens.
| Forfaitair rendement banktegoeden | € 576 |
|---|---|
| Forfaitair rendement overige bezittingen | € 0 |
| Forfaitair rendement schulden (boven de drempel) | € 0 |
| Totaal forfaitair rendement | € 576 |
| Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden) | € 45.000 |
| Heffingsvrij vermogen | − € 60.098 |
| Grondslag sparen en beleggen | € 0 |
| Jij: voordeel uit sparen en beleggen (0% van het rendement) | € 0 |
| Box 3-belasting | € 0 |
Box 3-belasting in 2027: € 0. In 2026: € 0. Voor 2027 met de spaar- en schuldpercentages van 2026 (nog niet bekend).
Wie al box 3 betaalde, betaalt met het voorstel meer. Voor iemand die alleen spaart, komt dat vooral door het lagere heffingsvrij vermogen. Voor beleggers telt ook het hogere forfait mee.
Hoe zeker is het lagere bedrag?
Niet zeker. Het bedrag van € 30.846 staat in een Kamerbrief van 29 september 2026, ondertekend door de minister-president, de minister en de staatssecretaris van Financiën. Een Kamerbrief is geen wet. Het kabinet regelt de verlaging niet in het Belastingplan 2027 zelf, maar in de novelle box 3 die het in dezelfde brief aankondigt. Het ontwerp van die novelle stuurde het op 2 oktober 2026 naar de Raad van State voor een spoedadvies. De tekst staat op de wetgevingskalender van de overheid en noemt hetzelfde bedrag. Bij de Tweede Kamer is de novelle nog niet ingediend. Het advies van de Raad van State komt naar verwachting op 28 oktober. De staatssecretaris streeft ernaar de novelle daarna uiterlijk maandag 2 november 2026 in te dienen.
Op 1 oktober, bij de Algemene Financiële Beschouwingen, zei minister Heinen dat hij bereid is het plan aan te passen om kleinere spaarders en beleggers te ontzien. Er kwam kritiek uit meerdere fracties, ook van VVD en CDA. Een ander bedrag noemde hij niet.
Op 5 oktober ging hij een stap verder. In een overleg met de commissie Financiën van de Eerste Kamer zei hij dat de verlaging zoals voorgesteld niet de definitieve grens wordt. Ook toen noemde hij geen nieuw bedrag. Details volgen volgens hem pas na de uitvoeringstoets en het spoedadvies van de Raad van State over de novelle. In de nota naar aanleiding van het verslag van 9 oktober rekent het kabinet nog met € 30.846.
Op 16 oktober schreef het kabinet aan de Tweede Kamer dat het werkt aan een andere dekking voor de novelle. Uiterlijk 2 november krijgt de Kamer een aangepast dekkingsvoorstel. In de Kamerbrief van 29 september is het lagere heffingsvrij vermogen een van de dekkingsmaatregelen. Een ander bedrag noemt het kabinet in de brief van 16 oktober niet. De volgende momenten:
- 26 oktober 2026: tweede wetgevingsoverleg over het Belastingplan 2027 in de Tweede Kamer (het eerste was op 12 oktober). Op 4 en 10 november volgt de behandeling in de plenaire zaal.
- 28 oktober 2026 (verwacht): advies van de Raad van State over de novelle. Op 7 oktober overlegde de Raad van State daarover al met de minister en de staatssecretaris.
- Uiterlijk 2 november 2026: het kabinet wil de novelle dan indienen bij de Tweede Kamer, met de uitvoeringstoets van de Belastingdienst. Uiterlijk die dag krijgt de Kamer ook het aangepaste dekkingsvoorstel.
- 12 november 2026: de Tweede Kamer stemt over het Belastingplan 2027. Komt de novelle uiterlijk 2 november binnen, dan kan de Kamer volgens een voorlopig schema dezelfde dag ook over de novelle stemmen.
- December 2026: de Eerste Kamer stemt.
- Naar verwachting eind december 2026: de novelle staat in het Staatsblad. Pas dan is het bedrag definitief.
Er zijn dus drie uitkomsten mogelijk: het voorstel uit de Kamerbrief, het Prinsjesdag-bedrag, of een ander bedrag. Na 5 oktober is het minder waarschijnlijk dat het precies het bedrag uit de Kamerbrief wordt. In de calculator kies je met de jaarknop het kabinetsvoorstel; de uitkomst met het Prinsjesdag-bedrag staat eronder. Na elke stemming passen we deze pagina aan.
Moet je vóór 1 januari 2027 iets doen?
Box 3 kijkt naar wat je hebt op 1 januari 2027. Wat je in december uitgeeft, telt voor 2027 niet meer mee. Dat is geen truc: een verbouwing die je toch al van plan was, extra aflossen op je hypotheek of een schenking aan je meerderjarige kinderen verlagen je vermogen echt. Let bij een schenking wel op de schenkbelasting boven de vrijstelling.
Wat niet werkt, is geld rond de jaarwisseling tijdelijk wegzetten. Verkoop je in december beleggingen, zet je het geld op je spaarrekening en koop je binnen drie maanden weer terug, dan rekent de Belastingdienst alsof je de beleggingen hield. Een lening die je alleen rond 1 januari aangaat, telt ook niet mee.
Neem geen grote beslissing alleen voor box 3 zolang het bedrag niet vaststaat. Kijk naar het eerste rekenvoorbeeld: voor een spaarder met € 45.000 gaat het om een bescheiden bedrag per jaar. Een hypotheek aflossen of geld wegschenken kun je niet terugdraaien.
Heffingsvrij vermogen is geen vermogensgrens voor toeslagen
Het heffingsvrij vermogen is alleen voor box 3. Zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget hebben hun eigen vermogensgrens, met andere bedragen. Die grens volgt het heffingsvrij vermogen niet automatisch. Los daarvan gaan de vermogensgrenzen van de zorgtoeslag en het kindgebonden budget in 2027 omlaag, volgens de begroting naar € 119.122 voor alleenstaanden. Die verlaging staat sinds 19 oktober 2026 in het Staatsblad, maar het bedrag is nog voorlopig. De grenzen zie je bij zorgtoeslag berekenen.
Heb je in 2027 wel box 3-inkomen, dan telt dat mee in je verzamelinkomen. Daarvan hangt je algemene heffingskorting af, en meestal is het ook je toetsingsinkomen: het inkomen waarmee Dienst Toeslagen rekent. Bij een klein box 3-inkomen is dat effect klein. In inkomstenbelasting berekenen zie je hoe je verzamelinkomen je heffingskortingen beïnvloedt.
En na 2027?
Vanaf 2028 wil het kabinet geen heffingsvrij vermogen meer, maar een heffingsvrij resultaat: de eerste € 1.000 aan rendement per persoon zou dan onbelast zijn. Dat hoort bij de overstap naar een belasting op vermogenswinst. Het kabinet wil dat regelen in dezelfde novelle, een wijziging van de Wet werkelijk rendement box 3. Het ontwerp is openbaar en noemt dit bedrag, maar bij de Tweede Kamer is de novelle nog niet ingediend. Ze moet vóór 31 december 2026 door de Tweede en de Eerste Kamer. Het gaat dus om een plan.
Bedragen en bronnen
| Onderdeel | 2026 | 2027 | Bron en controle |
|---|---|---|---|
| Heffingsvrij vermogen per persoon | € 59.357 | € 30.846 voorstel | wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026 eerstekamer.nl, 26 oktober 2026 |
| Forfaitair rendement overige bezittingen | 6% | 7,87% voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 wetgevingskalender.overheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Tarief box 3 | 36% | 36% | wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026 wetten.overheid.nl, 4 oktober 2026 |
| Onderdeel | 2027 | Bron en controle |
|---|---|---|
| Heffingsvrij vermogen volgens Prinsjesdag-voorstel | € 60.098 voorstel | repository.overheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Forfait overige bezittingen volgens Prinsjesdag (raming) | 6,37% raming | rendement.nl (secundair), 26 oktober 2026 |
Deze uitleg is een indicatie, geen financieel advies. Wijzigingen in de bedragen houden we bij op wijzigingen. Hoe we rekenen en wat we niet meenemen, staat in onze methode.
Veelgestelde vragen
Hoe hoog is het heffingsvrij vermogen in 2027?
Dat staat nog niet vast. Het kabinet stelt sinds 29 september 2026 € 30.846 per persoon voor. Dat bedrag staat in het ontwerp van de novelle box 3, een apart wetsvoorstel dat nog niet bij de Tweede Kamer is ingediend. In het Belastingplan van Prinsjesdag stond nog € 60.098. Op 5 oktober 2026 zei minister Heinen in een overleg met de Eerste Kamer dat de verlaging naar € 30.846 niet de definitieve grens wordt. Een nieuw bedrag noemde hij niet.
De Raad van State geeft naar verwachting op 28 oktober advies over de novelle. Het kabinet wil de novelle uiterlijk 2 november 2026 indienen. Uiterlijk die dag krijgt de Kamer ook een aangepast dekkingsvoorstel: op 16 oktober schreef het kabinet dat het aan een andere dekking voor de novelle werkt. In de Kamerbrief van 29 september is het lagere heffingsvrij vermogen een van de maatregelen waarmee het kabinet de kosten van de novelle dekt. Een nieuw bedrag staat niet in de brief van 16 oktober. Volgens een voorlopig schema kan de Tweede Kamer op 12 november over de novelle stemmen, samen met het Belastingplan 2027. De Eerste Kamer volgt in december. Pas als de novelle in het Staatsblad staat, is het bedrag definitief.
Wat is het heffingsvrij vermogen in 2026?
€ 59.357 per persoon. Met een fiscale partner hebben jullie samen € 118.714. Het gaat om je vermogen op 1 januari 2026: je bezittingen min je schulden boven de schuldendrempel. Dit bedrag is definitief.
Hoeveel spaargeld mag je in 2027 hebben zonder belasting te betalen?
Volgens het kabinetsvoorstel € 30.846 als je alleen bent en € 61.692 met een fiscale partner. Minister Heinen zei op 5 oktober 2026 wel dat dit niet de definitieve grens wordt. De grens geldt voor je hele vermogen op 1 januari 2027, dus spaargeld en beleggingen samen.
Zit je vlak boven die grens, dan betaal je vaak nog niets of maar een paar euro, omdat je alleen over het rendement op het meerdere betaalt.
Wat was het heffingsvrij vermogen in 2020?
Het voorgestelde bedrag voor 2027, € 30.846, is precies het niveau van 2020. Het kabinet schrijft in de Kamerbrief van 29 september 2026 dat het heffingsvrij vermogen 'terug naar het niveau van 2020' gaat. Daarna ging het bedrag in stappen omhoog, tot € 59.357 in 2026.
Krijg je met een fiscale partner twee keer het heffingsvrij vermogen?
Ja. Ben je het hele jaar fiscale partners, dan tellen jullie het heffingsvrij vermogen van allebei op: in 2026 samen € 118.714, en volgens het voorstel voor 2027 samen € 61.692. Van wie het geld op papier is, maakt niet uit.
Kan ik vóór 1 januari 2027 nog iets doen om box 3 te verlagen?
Weinig wat werkt. Box 3 kijkt naar je vermogen op 1 januari. Geld dat je echt uitgeeft, bijvoorbeeld aan een verbouwing of aflossing van je hypotheek, telt dan niet meer mee. Geld alleen rond de jaarwisseling tijdelijk wegzetten werkt niet: dat telt de Belastingdienst niet mee.
Welk bedrag het wordt, is pas in december duidelijk. Neem geen grote beslissing voordat het vaststaat. Twijfel je over je situatie, bel dan de BelastingTelefoon of een adviseur.
Bronnen
- Belastingdienst – Heffingsvrij vermogen
- Belastingdienst – Berekening box 3-inkomen 2026
- Kamerbrief 29 september 2026 – Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid (afschrift aan de Eerste Kamer)
- Ontwerp Novelle uitbreiding vermogenswinstbelasting box 3 – wettekst (adviesaanvraag Raad van State, 2 oktober 2026)
- Ontwerp Novelle uitbreiding vermogenswinstbelasting box 3 – memorie van toelichting (2 oktober 2026)
- Nota naar aanleiding van het verslag Belastingplan 2027 (9 oktober 2026)
- Belastingplan 2027 – Fiscale sleuteltabel 2027 (gecorrigeerd)
- Tweede Kamer – Wetsvoorstel Belastingplan 2027
- Fiscaal Vanmorgen – Heinen wil box 3-plan aanpassen na kritiek (1 oktober 2026, secundair)
- Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 5.2 en 5.5 (box 3)
- Tweede Kamer, commissie Financiën – planning behandeling Belastingplan 2027 (besluitenlijst 24 september 2026)
- Eerste Kamer – Mondeling overleg over box 3 (nieuwsbericht, 6 oktober 2026)
- Tweede Kamer – Kamerbrief 'Informatieverzoek artikel 24-overleg Raad van State over box 3' (14 oktober 2026)
- Tweede Kamer – Kamerbrief 'Schriftelijke beantwoording op een deel van de vragen, gesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 12 oktober 2026, over het pakket Belastingplan 2027' (16 oktober 2026)
Laatst gecontroleerd: 26 oktober 2026. Zie ook alle bronnen en hoe we rekenen. Dit is een indicatie, geen financieel advies. Twijfel je over je eigen situatie? Bel de BelastingTelefoon of vraag een adviseur.