Algemene heffingskorting 2027
De algemene heffingskorting is in 2026 maximaal € 3.115. Boven een verzamelinkomen van € 29.736 gaat er 6,398% van het meerdere af, tot nul bij € 78.426. Voor 2027 stelt het kabinet een maximum van € 3.154 voor, met een afbouw van 6,350% tot nul bij € 80.578.
In de calculator zie je de algemene heffingskorting als aparte regel onder “Bekijk de berekening”. Heb je spaargeld of beleggingen boven het heffingsvrij vermogen, vul dan onder “Meer opties” je inkomen uit box 3 in. Anders reken je met te veel korting.
Zo bereken je de algemene heffingskorting
De regel staat in artikel 8.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Woon je in Nederland, dan krijg je de korting. Woon je in het buitenland, dan krijg je vaak alleen het premiedeel, en alleen als je hier premie betaalt. De hoogte hangt alleen af van je verzamelinkomen en van de vraag of je de AOW-leeftijd hebt.
- Begin bij het maximum. In 2026 is dat € 3.115.
- Kijk hoeveel je verzamelinkomen boven de afbouwgrens uitkomt. De grens is € 29.736. Zit je eronder of er precies op, dan krijg je het volledige bedrag.
- Trek het afbouwpercentage af. Van het deel boven de grens gaat 6,398% van je korting af.
- Stop bij nul. Vanaf een verzamelinkomen van € 78.426 is er niets meer over.
Het nulpunt is geen toeval. Het valt in 2026 samen met de grens van de derde schijf, € 78.426. Let wel: de schijf kijkt naar je inkomen in box 1, de korting naar je verzamelinkomen. Heb je naast je loon inkomen uit box 2 of box 3, dan kan je korting al op nul staan terwijl je over je loon nog geen toptarief betaalt.
Welk inkomen telt: je verzamelinkomen
Sinds 2025 gaat de afbouw over je verzamelinkomen, niet meer alleen over box 1. Je verzamelinkomen is de optelsom van:
- je belastbaar inkomen uit werk en woning (box 1), dus na aftrekposten zoals hypotheekrente;
- je inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2), bijvoorbeeld dividend uit je eigen bv;
- je inkomen uit sparen en beleggen (box 3), het rendement waarover je box 3-belasting betaalt.
Daarna gaat je persoonsgebonden aftrek er nog af, zoals giften of zorgkosten. Verliezen uit eerdere jaren die je verrekent, verlagen je verzamelinkomen niet.
Wat dit in de praktijk betekent: twee mensen met hetzelfde loon kunnen een verschillende algemene heffingskorting krijgen. Wie veel vermogen heeft, krijgt een hoger verzamelinkomen en dus minder korting. Hoe je je inkomen uit box 3 bepaalt, lees je bij box 3 berekenen. Tot welk bedrag je vermogen buiten box 3 blijft, staat bij heffingsvrij vermogen.
Belastingdeel en premiedeel
De korting bestaat uit twee stukken: een deel dat van je inkomstenbelasting afgaat en een deel voor de premie volksverzekeringen. Beide delen worden apart naar boven afgerond op hele euro’s. Dat volgt uit een standpunt van de Kennisgroep van de Belastingdienst. Daardoor kan de uitkomst een euro hoger zijn dan wanneer je de formule in één keer uitrekent, maar nooit hoger dan het wettelijke maximum.
Algemene heffingskorting met AOW
Heb je het hele jaar de AOW-leeftijd, dan betaal je geen AOW-premie meer. Het AOW-deel van de korting vervalt dan ook. Wat overblijft is ongeveer de helft: in 2026 maximaal € 1.556, met een afbouw van 3,195% boven dezelfde grens van € 29.736.
Bereik je in de loop van het jaar de AOW-leeftijd, dan krijg je een mengvorm. Het AOW-deel van de korting telt alleen mee voor de maanden waarin je nog AOW-premie betaalt. Vanaf de eerste dag van de maand waarin je de AOW-leeftijd haalt, betaal je geen AOW-premie meer. De calculator rekent met een heel jaar; in je overgangsjaar ligt de echte korting tussen de twee uitkomsten in.
Naast de algemene heffingskorting krijg je met AOW de ouderenkorting, en als je AOW voor alleenstaanden krijgt ook de alleenstaandeouderenkorting.
Bedragen 2026 en 2027
De bedragen voor 2026 komen uit de wet en zijn definitief. Voor 2027 gaat het om het wetsvoorstel Belastingplan 2027 en de nota naar aanleiding van het verslag van 9 oktober 2026. De afbouwgrens van 2027 is gekoppeld aan het minimumloon en ligt pas vast als dat in het najaar van 2026 is vastgesteld.
| Onderdeel | 2026 | 2027 | Bron en controle |
|---|---|---|---|
| Algemene heffingskorting maximaal | € 3.115 | € 3.154 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Algemene heffingskorting: afbouw vanaf verzamelinkomen | € 29.736 | € 30.910 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Algemene heffingskorting: afbouwpercentage | 6,398% | 6,35% voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 tweedekamer.nl, 26 oktober 2026 |
| Algemene heffingskorting: nul vanaf | € 78.426 | € 80.578 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 tweedekamer.nl, 26 oktober 2026 |
| Algemene heffingskorting maximaal (AOW-leeftijd) | € 1.556 | € 1.596 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 rijksoverheid.nl, 26 oktober 2026 |
| Algemene heffingskorting afbouw (AOW-leeftijd) | 3,195% | nog niet bekend | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 |
| Grens tweede schijf (tot en met) | € 78.426 | € 80.578 voorstel | belastingdienst.nl, 4 oktober 2026 tweedekamer.nl, 26 oktober 2026 |
Rekenvoorbeelden 2026
De rekenmodule rekent deze voorbeelden uit met de bedragen van 2026, voor een heel jaar zonder wijzigingen. Je ziet de algemene heffingskorting als aparte regel in elke berekening.
Onder de afbouwgrens: volledige korting
Je werkt vier dagen per week en verdient € 26.000 per jaar. Je hebt geen vermogen boven het heffingsvrij vermogen. Je verzamelinkomen blijft onder de afbouwgrens, dus je krijgt de volledige algemene heffingskorting.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 2.106 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 7.189 |
| Algemene heffingskorting | − € 3.115 |
| Arbeidskorting | − € 5.304 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 876 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 876.
Middeninkomen: korting deels afgebouwd
Met een loon van € 52.000 zit je een flink stuk boven de afbouwgrens. Je houdt nog ongeveer de helft van de algemene heffingskorting over.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 8.075 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 10.751 |
| Algemene heffingskorting | − € 1.692 |
| Arbeidskorting | − € 5.269 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 11.865 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 11.865.
Net boven de grens van de derde schijf
Je verdient € 80.000. Je verzamelinkomen ligt boven het nulpunt: de algemene heffingskorting is helemaal weg. Je krijgt alleen nog arbeidskorting.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 18.780 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 10.751 |
| Arbeidskorting | − € 3.446 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 26.085 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 26.085.
Loon met vermogen ernaast
Je verdient € 35.000. Door je spaargeld en beleggingen is je inkomen uit box 3 € 8.000, dus je verzamelinkomen wordt € 43.000. De box 3-belasting zelf zit niet in deze berekening, maar je algemene heffingskorting is wel lager dan bij alleen je loon.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 2.835 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 9.677 |
| Algemene heffingskorting | − € 2.267 |
| Arbeidskorting | − € 5.480 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 4.765 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 4.765.
AOW en een klein pensioen
Je bent met pensioen en krijgt AOW voor gehuwden plus een pensioen, samen € 22.000. Je krijgt de algemene heffingskorting voor AOW’ers, en daarnaast de ouderenkorting. De inkomensafhankelijke bijdrage Zvw over je pensioen en AOW zit niet in deze berekening.
| Belasting (zonder premies) over je inkomen | € 1.782 |
|---|---|
| Premie volksverzekeringen | € 2.145 |
| Algemene heffingskorting | − € 1.556 |
| Ouderenkorting | − € 2.067 |
| Te betalen inkomstenbelasting en premies | € 304 |
Inkomstenbelasting en premies in 2026: € 304.
2027: wat staat vast en wat niet
In het wetsvoorstel van Prinsjesdag (15 september 2026) stonden voor 2027 een maximum van € 3.154, een afbouwgrens van € 30.910 en een afbouwpercentage waarmee de korting op nul uitkwam bij de oude grens van de derde schijf.
Op 29 september 2026 stuurde het kabinet een Kamerbrief over koopkracht. Daarin begint de derde schijf pas boven € 80.578, in plaats van bij het bedrag van 2026. In dezelfde brief staat dat de algemene heffingskorting daardoor langzamer wordt afgebouwd. Een lager afbouwpercentage dus, en een nulpunt dat opschuift.
Op 9 oktober 2026 volgden de cijfers. Met de tweede nota van wijziging staat de nieuwe grens van de derde schijf nu in het wetsvoorstel zelf. In de nota naar aanleiding van het verslag staat het nieuwe afbouwpercentage: 6,350%, lager dan het percentage uit het wetsvoorstel van Prinsjesdag. De korting komt daarmee op nul bij een verzamelinkomen van € 80.578. Net als in 2026 is dat dezelfde grens als die van de derde schijf. Websites die voor 2027 nog het afbouwpercentage van Prinsjesdag noemen, zijn achterhaald.
Ook dit is een voorstel. Op 16 oktober 2026 noemde het kabinet het koopkrachtpakket nog niet definitief; uiterlijk 2 november krijgt de Tweede Kamer meer informatie. De bedragen kunnen dus nog veranderen. De Tweede Kamer stemt op 12 november 2026 over het Belastingplan 2027, de Eerste Kamer in december. Pas als de wet in het Staatsblad staat, zijn de bedragen definitief.
Voor AOW’ers is alleen het maximum bekend: € 1.596 in het voorstel. Het afbouwpercentage voor AOW’ers verandert mee, maar is nog niet gepubliceerd. Ook van de arbeidskorting ontbreken nog een paar cijfers. Daarom rekent de calculator de heffingskortingen voor 2027 nog niet uit. Een overzicht van alle wijzigingen staat in Belastingplan 2027: wat verandert er.
Je krijgt de korting niet uitgekeerd
Een heffingskorting verlaagt je belasting, maar wordt niet als geld op je rekening gestort. Zijn je kortingen hoger dan je inkomstenbelasting in box 1, 2 en 3 plus je premie volksverzekeringen, dan vervalt het verschil. Dat overkomt vooral mensen met een klein inkomen, zoals scholieren met een bijbaan of ouders die weinig uren werken.
Er is één uitzondering. Ben je geboren vóór 1 januari 1963, heb je weinig of geen inkomen en heb je langer dan 6 maanden dezelfde fiscale partner? Dan kun je de algemene heffingskorting laten uitbetalen, tot maximaal het bedrag dat je partner aan belasting en premie betaalt na diens eigen kortingen. Dat vraag je aan via een voorlopige aanslag of je aangifte. Ben je in 1963 of later geboren, dan bestaat deze mogelijkheid voor jou niet meer.
De korting in je loon: de loonheffingskorting
Je werkgever verrekent de algemene heffingskorting al elke maand, als onderdeel van de loonheffingskorting. Dat mag maar bij één werkgever of uitkeringsinstantie tegelijk. Heb je twee banen, of een baan naast een uitkering, kies dan de grootste inkomstenbron. Bij AOW’ers past de SVB de korting meestal toe op de AOW.
Je werkgever rekent alleen met het loon dat hij zelf betaalt. Hij weet niets van je tweede baan, je vermogen of je partner. Daardoor kan de korting in je loon te hoog zijn. Dat corrigeert de Belastingdienst in je aanslag: dan betaal je bij. Andersom kun je geld terugkrijgen als je werkgever de korting niet toepaste, bijvoorbeeld bij een bijbaan. Hoeveel je over het hele jaar betaalt, reken je uit met inkomstenbelasting berekenen.
Waarom krijg ik minder of geen algemene heffingskorting?
- Je verzamelinkomen ligt boven de afbouwgrens. Ook inkomen uit box 2 en box 3 telt mee.
- Je hebt de AOW-leeftijd. Dan geldt het lagere AOW-bedrag.
- Je betaalt te weinig belasting. De korting kan niet verder dan nul.
- Je woonde een deel van het jaar niet in Nederland. Bij immigratie, emigratie of werk in het buitenland gelden andere regels voor premies en kortingen. Die rekent de calculator niet; zie onze methode.
Dit is algemene uitleg: een indicatie, geen financieel advies. Voor je eigen situatie kun je bellen met de BelastingTelefoon of een belastingadviseur raadplegen. Je vindt alle bronnen onderaan deze pagina en verzameld op bronnen.
Veelgestelde vragen
Hoe hoog is de algemene heffingskorting in 2027?
Volgens het wetsvoorstel Belastingplan 2027 wordt de maximale algemene heffingskorting € 3.154, tegen € 3.115 in 2026. De afbouw begint in het voorstel bij een verzamelinkomen boven € 30.910.
Van het deel daarboven gaat 6,350% af. Dat percentage staat in de nota naar aanleiding van het verslag van 9 oktober 2026 en is lager dan op Prinsjesdag, zodat de korting langzamer afbouwt. Alle bedragen voor 2027 zijn een voorstel.
Hoe wordt de algemene heffingskorting berekend?
Je begint bij het maximum: € 3.115 in 2026. Is je verzamelinkomen hoger dan € 29.736, dan gaat er 6,398% af van het deel boven die grens. Lager dan nul wordt de korting niet.
Je verzamelinkomen is je inkomen uit box 1, box 2 en box 3 bij elkaar. Ook inkomen uit sparen en beleggen kan je korting dus verlagen.
Bij welk inkomen krijg je geen algemene heffingskorting meer?
In 2026 is de korting nul bij een verzamelinkomen vanaf € 78.426. Dat is ook de grens waar het toptarief begint.
Voor 2027 schuift het nulpunt volgens het voorstel op naar € 80.578, samen met de grens van de derde schijf. Dat staat in de nota naar aanleiding van het verslag van 9 oktober 2026. Het is nog niet definitief.
Hoeveel algemene heffingskorting krijg je met AOW?
Heb je het hele jaar de AOW-leeftijd, dan is de algemene heffingskorting maximaal € 1.556 in 2026. Volgens het voorstel wordt dat € 1.596 in 2027.
Het bedrag is ongeveer de helft van de gewone korting, omdat je geen AOW-premie meer betaalt. Het AOW-deel van de korting vervalt dan ook.
Krijg ik de algemene heffingskorting ook als ik niet werk?
Ja. Iedereen die in Nederland woont, heeft recht op de algemene heffingskorting, ook zonder werk. Maar je krijgt de korting alleen voor zover je belasting en premie betaalt.
Heb je geen inkomen, dan levert de korting je meestal niets op. Alleen als je geboren bent vóór 1 januari 1963, langer dan 6 maanden dezelfde fiscale partner hebt en die partner genoeg belasting betaalt, kun je de korting laten uitbetalen.
Wat is het verschil tussen algemene heffingskorting en loonheffingskorting?
De loonheffingskorting is de korting die je werkgever of uitkeringsinstantie elke maand toepast. Daarin zitten de algemene heffingskorting en, als je die krijgt, de arbeidskorting en de ouderenkortingen.
De algemene heffingskorting zelf is de korting op je inkomstenbelasting over het hele jaar. Laat je de loonheffingskorting bij twee werkgevers tegelijk toepassen, dan krijg je te veel korting en moet je meestal achteraf bijbetalen.
Bronnen
- Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 8.9 en 8.10 (versie 1 januari 2026)
- Belastingdienst – Tabel algemene heffingskorting 2026
- Belastingdienst – Heffingskortingen voor AOW-gerechtigden
- Belastingdienst – Handboek heffingskortingen 2026
- Belastingdienst – Heffingskortingen laten uitbetalen
- Kennisgroep Belastingdienst KG:202:2022:14 – Afronding heffingskortingen
- Wetsvoorstel Belastingplan 2027 met memorie van toelichting
- Kamerbrief 29 september 2026 – Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid
- Tweede nota van wijziging Belastingplan 2027 (9 oktober 2026)
- Nota naar aanleiding van het verslag Belastingplan 2027 (9 oktober 2026)
- Tweede Kamer – Kamerbrief 'Schriftelijke beantwoording op een deel van de vragen, gesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 12 oktober 2026, over het pakket Belastingplan 2027' (16 oktober 2026)
Laatst gecontroleerd: 26 oktober 2026. Zie ook alle bronnen en hoe we rekenen. Dit is een indicatie, geen financieel advies. Twijfel je over je eigen situatie? Bel de BelastingTelefoon of vraag een adviseur.