Zo rekenen we
Op deze pagina lees je hoe de rekenhulpen van Cijferdijk werken: waar de cijfers vandaan komen, hoe we de berekeningen controleren, hoe we afronden en wat we bewust niet meenemen. Elke uitkomst op deze site is een indicatie, geen aanslag, beschikking of loonstrook en geen financieel advies. Twijfel je over je eigen situatie, bel dan de BelastingTelefoon of vraag het een adviseur.
Hoe we werken
De officiële bron gaat voor
We halen elk bedrag, percentage en elke grens uit de bron die het officieel vastlegt. Daarbij houden we deze volgorde aan:
- belastingdienst.nl, inclusief de rekenvoorbeelden en handboeken van de Belastingdienst en Dienst Toeslagen;
- wetten.overheid.nl, de wettekst zoals die op 1 januari van het jaar geldt;
- officielebekendmakingen.nl, voor het Staatsblad, de Staatscourant en Kamerstukken;
- tweedekamer.nl, voor Kamerbrieven en nota’s van wijziging die nog niet elders staan;
- rijksoverheid.nl, voor persberichten en begrotingsstukken.
Een analyse van een adviesbureau of vakblad gebruiken we alleen als geen van deze bronnen het cijfer al heeft gepubliceerd. Zo’n cijfer krijgt nooit de status definitief, en we vermelden dat de bron niet officieel is. Alle bronnen per cijfer vind je op de bronnenpagina.
Elk cijfer heeft een status en een controledatum
Bij elk cijfer houden we bij hoe zeker het is:
- definitief: het staat in een wet, besluit of regeling die al geldt, of de Belastingdienst heeft het vastgesteld;
- voorstel: het kabinet heeft het voorgesteld, maar het parlement heeft er nog niet over beslist of het is nog niet gepubliceerd in het Staatsblad;
- raming: een verwachting, bijvoorbeeld omdat een bedrag pas later wordt geïndexeerd of na afloop van het jaar wordt vastgesteld.
Daarnaast staat bij elk cijfer de datum waarop we het voor het laatst naast de bron hebben gelegd. Staat er op een pagina een cijfer met de status voorstel of raming, dan zie je daar ook het blok “Wat is nog niet definitief”, met de datum van de volgende beslissing.
Eén bestand, één rekenmodule
Alle cijfers staan in één parameterbestand per jaar. Een bedrag wordt dus nooit los in een tekst getypt: de pagina’s halen het uit dat bestand. Daardoor kan hetzelfde bedrag op twee pagina’s niet verschillend zijn.
Voor elke berekening is er één rekenmodule. De rekenhulp op de pagina, de rekenvoorbeelden eronder en de Excel-bestanden die je kunt downloaden rekenen met dezelfde module en dezelfde cijfers. De voorbeelden op een pagina worden bij elke update opnieuw uitgerekend; niemand typt een uitkomst over. In de Excel-bestanden staan de formules zichtbaar, en we testen ze tegen de rekenmodule.
Hoe we controleren
We gebruiken AI-modellen om te schrijven, te rekenen en te controleren. Juist daarom vertrouwen we niet op één berekening: elke rekenmodule wordt onafhankelijk nagerekend. Een rekenhulp gaat pas online als hij vier stappen heeft doorlopen.
1. Tests met officiële rekenvoorbeelden. Waar de Belastingdienst of Dienst Toeslagen een rekenvoorbeeld of tabel publiceert, moet onze module die precies nadoen. Voor box 3 zijn dat de rekenvoorbeelden bij de berekening van het box 3-inkomen 2026, voor zorgtoeslag alle rijen van de officiële tabel met maandbedragen 2026, voor kinderopvangtoeslag de vier voorbeelden van Dienst Toeslagen en voor de bijtelling de voorbeelden uit het Handboek Loonheffingen. Daarnaast testen we de randen: een inkomen van nul, precies op een grens en een euro erboven of eronder, met en zonder partner, onder en boven de AOW-leeftijd.
2. Twee onafhankelijke narekeningen. Per rekenmodule werken twee aparte AI-modellen elk vanuit de officiële bronnen minstens tien voorbeeldsituaties uit. Ze krijgen alleen de regels en de bronnen, niet onze code, en ze zien elkaars werk niet. Onze module moet in al hun voorbeelden tot op de cent dezelfde uitkomst geven.
3. Een kritische tegenlezing. Een derde, ook onafhankelijk model leest de wet- en regelgeving met maar één vraag: welke regel of uitzondering zijn we vergeten? Elke bevinding passen we toe in de berekening, of we zetten haar hieronder bij “Wat we niet meenemen”.
4. Verschillen lossen we op in de bron. Komt een narekening op een ander bedrag uit, dan passen we de test niet aan tot die klopt. We zoeken in de officiële bron uit welke berekening gelijk heeft. Twee voorbeelden:
- Bij zorgtoeslag kwam een narekening bij een paar inkomens op een maandbedrag dat een euro lager lag. Daar was eerst het onafgeronde jaarbedrag door twaalf gedeeld en daarna afgerond. De officiële tabel met maandbedragen gaf de doorslag: Dienst Toeslagen rondt eerst het jaarbedrag af op hele euro’s, deelt dat door twaalf en rondt dan naar beneden af. Alleen die volgorde geeft voor elke rij in de tabel het juiste bedrag. De narekening is aangepast; de module bleef zoals hij was.
- Bij de arbeidskorting volgden we eerst de notatie van de tabel op belastingdienst.nl. Een narekening ging uit van de letterlijke tekst van artikel 8.11 van de Wet inkomstenbelasting 2001, die de korting opbouwt als optelsom met een maximum per stap. Daar bleek de wettekst bepalend. We hebben de module aangepast aan de wet.
Zo kwam er ook een echte fout boven: bij de bijtelling voor 2027 en 2028 vond de module voor een elektrische auto van een paar jaar oud niet het percentage dat bij het jaar van de eerste toelating hoort. Die fout is hersteld voordat de rekenhulp online ging.
Na elke wijziging in een cijfer draaien alle tests opnieuw. Valt er één om, dan gaat de wijziging niet online.
Per rekenhulp
Hieronder staat per rekenhulp wat we berekenen, hoe we afronden en wat we niet meenemen. Voor alle rekenhulpen geldt: we rekenen met de regels en bedragen van het jaar dat je kiest, je kunt geen negatieve bedragen invullen (heb je verlies of een negatief inkomen, dan klopt de uitkomst niet; alleen bij zorgtoeslag maakt dat niet uit, omdat je onder het drempelinkomen al het maximum krijgt) en de uitkomst is een indicatie.
Box 3
Box 3 berekenen rekent de belasting over sparen en beleggen volgens het forfaitaire stelsel: een vast rendement op je spaargeld, je overige bezittingen en je schulden boven de schuldendrempel, minus het heffingsvrij vermogen. Met een fiscale partner verdeel je de grondslag zelf. Je kunt het resultaat vergelijken met je werkelijke rendement (tegenbewijs) en groene beleggingen apart invullen.
Afronding. Het rendement op spaargeld en overige bezittingen ronden we naar beneden af op hele euro’s, het rendement op schulden naar boven. Beide zijn in jouw voordeel. Je aandeel in de grondslag kappen we af op twee decimalen, zoals in de rekenvoorbeelden van de Belastingdienst. Het voordeel uit sparen en beleggen en de belasting ronden we per persoon naar beneden af op hele euro’s.
Wat we niet meenemen:
- De percentages voor spaargeld en schulden worden pas na afloop van het jaar vastgesteld. Voor 2027 gebruiken we de percentages en de schuldendrempel van 2026; dat staat bij de uitkomst.
- De Belastingdienst noemt op de ene plek twee en op de andere drie decimalen voor je aandeel in de grondslag. We volgen de rekenvoorbeelden (twee decimalen), wat een paar euro kan schelen.
- Het veld groene beleggingen is alleen voor erkende groene fondsen. Groen spaargeld vul je in bij spaargeld, zonder vrijstelling.
- De heffingskorting voor groene beleggingen tonen we apart. In werkelijkheid gaat die van je totale inkomstenbelasting af en verdeel je die met je partner.
- Bij de vergelijking met je werkelijke rendement telt ook koerswinst mee die je niet hebt verkocht, mag je geen kosten aftrekken en geldt geen heffingsvrij vermogen.
- Hoe je de grondslag met je partner verdeelt, verandert de box 3-belasting nauwelijks. Het kan wel effect hebben op je heffingskortingen, je toeslagen en de studiefinanciering van je kinderen; dat rekenen we niet.
- Welke bezittingen en schulden meetellen en hoe je ze waardeert, bepaal je zelf bij het invullen. Uitzonderingen, zoals schulden aan je partner, controleren we niet.
- Spaargeld van je minderjarige kinderen tel je zelf mee bij de ouder.
- Werd je in de loop van het jaar fiscaal partner, of woonde je maar een deel van het jaar in Nederland, dan rekenen we dat niet apart.
- De bedragen per partner ronden we niet zo af dat ze precies optellen tot het totaal; dat kan een euro schelen.
Inkomstenbelasting
De rekenhulp inkomstenbelasting rekent de belasting en premie volksverzekeringen in box 1, met de algemene heffingskorting, arbeidskorting, inkomensafhankelijke combinatiekorting, ouderenkorting en alleenstaande ouderenkorting. Loon of winst en ander inkomen (pensioen, uitkering) vul je apart in, omdat alleen inkomen uit werk recht geeft op arbeidskorting. Dezelfde berekening bepaalt het marginale tarief: hoeveel belasting en premie je betaalt over een extra bedrag.
Afronding. Je inkomen ronden we naar beneden af op hele euro’s, zoals in de aangifte. De belasting en de premie rekenen we apart uit en ronden we elk naar beneden af. Elke heffingskorting splitsen we in een belastingdeel en een premiedeel. Volgens het standpunt van de Kennisgroep van de Belastingdienst over het afronden van heffingskortingen ronden we elk deel naar boven af, maar de korting wordt nooit hoger dan het maximum in de wet. De arbeidskorting rekenen we volgens de letterlijke tekst van artikel 8.11 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Wat we niet meenemen:
- We rekenen met een heel jaar in dezelfde leeftijdssituatie. Word je dit jaar AOW-gerechtigd, dan wijkt de uitkomst af.
- De tariefsaanpassing voor aftrekposten, zoals hypotheekrente en ondernemersaftrek, rekenen we niet.
- Door het afronden van elk deel naar boven kan de uitkomst een of twee euro afwijken van de tabellen van de Belastingdienst.
- We ronden elke heffingskorting apart af. De Belastingdienst kan de kortingen samen afronden, wat een of twee euro kan schelen.
- Een deel van de heffingskortingen dat je niet kunt gebruiken, kan in werkelijkheid nog belasting in box 2 of box 3 verlagen. Dat rekenen we niet.
- Voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting gaan we ervan uit dat je aan alle voorwaarden voldoet: je kind woont minstens een half jaar bij je, en de regels voor co-ouderschap en je partner kloppen voor jou.
- De extra arbeidskorting die je via je loonstrook soms krijgt als je maar een deel van het jaar werkte, rekenen we niet.
- Woonde of werkte je een deel van het jaar in het buitenland, dan kloppen de premies en kortingen niet.
- Uitbetaling van de algemene heffingskorting aan een partner zonder inkomen en de jonggehandicaptenkorting zitten er niet in.
- Ben je ondernemer, vul dan bij arbeidsinkomen je winst vóór ondernemersaftrek in. De ondernemersaftrek zelf rekenen we niet.
- Het marginale tarief gaat alleen over belasting en premies. Het effect op toeslagen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw zit er niet in.
- Voor 2027 rekenen we nog geen heffingskortingen zolang die niet vastliggen. Je ziet dan alleen de belasting en premie volgens het voorgestelde tarief.
Bruto-netto, vakantiegeld en bonus
De rekenhulp bruto-netto rekent de loonheffing die je werkgever op je loon inhoudt, volgens de Rekenvoorschriften voor de geautomatiseerde loonadministratie 2026 van de Belastingdienst. Dat zijn dezelfde rekenregels waarmee salarissoftware en de loonbelastingtabellen werken. Voor vakantiegeld, een 13e maand of een bonus rekenen we twee bedragen: wat er op je loonstrook netto overblijft volgens het bijzonder tarief, en wat het je over het hele jaar uiteindelijk oplevert.
Afronding. Het jaarloon ronden we naar beneden af op hele euro’s. De belasting vóór kortingen ronden we naar beneden af, de algemene heffingskorting en arbeidskorting naar boven, en de loonheffing die overblijft weer naar beneden. Netto bedragen tonen we op centen. Voor het bijzonder tarief nemen we het percentage uit de witte tabel voor bijzondere beloningen 2026, in de rij die bij je jaarloon hoort; de inhouding ronden we naar beneden af op centen, zoals onder de tabel staat. Ontvang je een 13e maand en vakantiegeld, dan rekenen we eerst je gewone loon, daarna de 13e maand en als laatste het vakantiegeld.
Wat we niet meenemen:
- We rekenen met een vol jaar bij één werkgever die de loonheffingskorting toepast.
- Je loonstrook kan per maand een paar euro afwijken door de afrondingen in de loonbelastingtabel.
- Ben je AOW-gerechtigd, heb je een uitkering (zoals WW, WIA of bijstand) of heb je twee banen, dan is deze rekenhulp niet geschikt.
- Voor de inhouding op vakantiegeld, een 13e maand of een bonus gebruiken we je jaarloon van dit jaar als schatting van dat van vorig jaar.
- We trekken alleen de pensioenpremie af die je zelf invult. Een franchise, andere premies (zoals PAWW) en premie over vakantiegeld of 13e maand rekenen we niet.
- Krijg je per vier weken betaald, of werk je maar een deel van het jaar, dan wijkt de uitkomst af.
- Andere inhoudingen en vergoedingen op je loonstrook, zoals reiskosten, vakbondscontributie of een fietsplan, zitten er niet in.
- Dit is de loonheffing die wordt ingehouden, niet je uiteindelijke inkomstenbelasting.
- De dertigprocentregeling, een auto van de zaak en wonen in het buitenland rekenen we niet.
- Voor 2027 rekenen we nog niet, omdat de rekenvoorschriften voor 2027 nog niet zijn gepubliceerd en de heffingskortingen nog niet vastliggen.
Zorgtoeslag
Zorgtoeslag berekenen rekent de toeslag volgens de Wet op de zorgtoeslag en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir): de standaardpremie min de normpremie die bij je toetsingsinkomen hoort. Is je toeslagpartner geen verzekerde voor de zorgtoeslag, bijvoorbeeld omdat hij of zij militair in werkelijke dienst is, dan krijg je 50% van dat bedrag. Heb je meer vermogen dan de vermogensgrens, dan krijg je niets. De inkomensgrens die we tonen, rekenen we uit met dezelfde formule; voor 2026 komt die precies uit op de grens die de Belastingdienst publiceert.
Afronding. De normpremie rekenen we zonder tussentijds af te ronden. Het jaarbedrag ronden we rekenkundig af op hele euro’s. Komt dat uit op minder dan € 24 per jaar, dan krijg je geen zorgtoeslag. Het maandbedrag is het afgeronde jaarbedrag gedeeld door twaalf, naar beneden afgerond op hele euro’s. Zo komen we voor elke rij uit de officiële tabel op hetzelfde bedrag.
Wat we niet meenemen:
- We rekenen met een heel jaar met dezelfde situatie. Wie 18 wordt, krijgt pas vanaf de maand daarna zorgtoeslag.
- De vermogensgrens voor partners geldt alleen als je het hele jaar dezelfde partner hebt.
- Je vult zelf je toetsingsinkomen in. Verliezen uit eerdere jaren verlagen dat niet.
- Bij een bedrag dat precies op 50 cent uitkomt, kan de uitkomst een euro afwijken van de Belastingdienst.
- Ging je relatie in de loop van het jaar uit, of overleed je partner, dan gelden aparte regels die we niet rekenen.
- Wie precies je toeslagpartner is, bepaalt de wet. Dat controleren we niet.
- Wonen in het buitenland rekenen we niet.
- Voor 2027 rekenen we met de raming van de standaardpremie en het drempelinkomen. De inkomensgrens voor 2027 is daarmee ook een raming.
Kinderopvangtoeslag
De rekenhulp kinderopvangtoeslag volgt de zeven stappen van Dienst Toeslagen: de kosten per kind, begrensd door de maximale uurprijs per soort opvang en het maximale aantal uren per maand, keer het percentage uit de tabel bij jullie toetsingsinkomen. Het kind met de meeste opvanguren is het eerste kind en krijgt het hogere percentage. Voldoe jij of je partner niet aan de werkeis (werken, studeren, een traject of een uitzondering), dan is de toeslag nul.
Afronding. Kosten en toeslag per kind rekenen we op centen. Het maandbedrag ronden we naar beneden af op hele euro’s, zoals Dienst Toeslagen het toont. Het jaarbedrag is het onafgeronde maandbedrag keer twaalf, rekenkundig afgerond op hele euro’s. Ligt dat onder het minimum van de Awir, dan krijg je niets.
Wat we niet meenemen:
- We rekenen met een heel jaar werk of studie voor jullie allebei en met een gemiddelde maand.
- Per kind kun je één soort opvang invullen.
- We gaan ervan uit dat je aan alle voorwaarden voldoet: geregistreerde opvang, een schriftelijk contract, je kind staat op je adres en je vraagt op tijd aan.
- Vul als uurprijs in wat je per uur betaalt, inclusief bureaukosten bij gastouderopvang en zonder extra activiteiten.
- Woon je niet het hele jaar met dezelfde toeslagpartner, dan rekenen we dat niet.
- De bedragen voor 2027 komen uit een ontwerpbesluit dat nog kan veranderen. Mogelijk betaalt Dienst Toeslagen de nieuwe bedragen pas later met terugwerkende kracht.
Bijtelling
Bijtelling berekenen rekent de bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak, volgens artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 en het Handboek Loonheffingen. Voor een elektrische auto geldt het percentage en het maximum uit het jaar van de eerste toelating, 60 maanden lang; daarna gelden de regels van het lopende jaar. Als je je inkomen invult, tonen we voor 2026 ook de netto kosten: de extra inkomstenbelasting plus je eigen bijdrage.
Afronding. Zoals het Handboek Loonheffingen voorschrijft, rekenen we de bijtelling per maand: het jaarbedrag gedeeld door twaalf, rekenkundig afgerond op centen. Het jaartotaal is de som van de maanden. Je eigen bijdrage gaat ervan af, maar de bijtelling over het jaar wordt nooit negatief.
Wat we niet meenemen:
- De maand van de eerste toelating rekenen we helemaal mee, ook als je de auto later in die maand kreeg.
- Auto’s met een eerste toelating vóór 2017 en youngtimers kun je niet kiezen.
- We gaan uit van meer dan 500 privékilometers per jaar en één auto tegelijk.
- Een plug-in hybride telt als benzine of diesel. Een zonnecelauto moet aan strenge eisen voldoen; dat controleren we niet.
- Als eigen bijdrage telt alleen wat je vooraf met je werkgever hebt afgesproken en aan hem betaalt.
- De netto kosten zijn het effect op je inkomstenbelasting voor iemand jonger dan de AOW-leeftijd. Gevolgen voor toeslagen, de dertigprocentregeling of je pensioen rekenen we niet.
- Voor 2027 en 2028 tonen we nog geen netto kosten, omdat de heffingskortingen voor die jaren nog niet bekend zijn.
Btw
De rekenhulp btw rekent van een bedrag zonder btw naar een bedrag met btw, of andersom, met het algemene tarief, het verlaagde tarief of het nultarief.
Afronding. De btw ronden we rekenkundig af op centen: vanaf een halve cent naar boven. Reken je terug vanaf een bedrag inclusief btw, dan rekenen we eerst de btw uit en trekken die af; zo telt het bedrag zonder btw plus de btw altijd precies op tot wat je invulde.
Wat we niet meenemen:
- We rekenen één bedrag per keer. Rond je op je factuur af over het totaal, dan kan de btw een paar cent verschillen.
- Je kiest zelf het tarief. Welk tarief geldt, hangt af van wat je levert, en dat controleren we niet.
- Het nultarief geldt alleen onder voorwaarden en is iets anders dan een vrijstelling.
- Creditnota’s, verlegde btw, de margeregeling, de kleineondernemersregeling en verkopen naar het buitenland rekenen we niet.
- Een prijs die logies en ontbijt samen bevat, moet je zelf splitsen.
- In je btw-aangifte rond je af op hele euro’s; wij ronden af op centen, zoals op een factuur.
- We rekenen alleen in euro’s.
2027: wat nog niet bekend is
Het Belastingplan 2027 ligt nog in de Tweede Kamer. De Kamer stemt op 12 november 2026, de Eerste Kamer in december. Sinds Prinsjesdag zijn er al cijfers veranderd: in de Kamerbrief van 29 september 2026 stelt het kabinet onder meer een ander heffingsvrij vermogen in box 3 en een andere grens voor de hoogste schijf in box 1 voor. Daarom krijgen bijna alle bedragen voor 2027 de status voorstel of raming, tot ze in het Staatsblad of een definitieve regeling staan.
Zo gaan we daarmee om:
- Aannames zijn zichtbaar. Ontbreekt een cijfer voor 2027, dan rekenen we met het cijfer van 2026 en staat dat bij de uitkomst. Dat geldt nu voor de percentages voor spaargeld en schulden in box 3, de schuldendrempel en de vrijstelling voor contant geld. Bij box 3 zie je ook de uitkomst volgens het oorspronkelijke voorstel van Prinsjesdag.
- Ramingen benoemen we. Bij zorgtoeslag 2027 rekenen we met de geraamde standaardpremie en het geraamde drempelinkomen uit de begroting. De inkomensgrens voor 2027 leiden we daaruit af en noemen we een raming.
- Wat niet vastligt, rekenen we niet. De heffingskortingen voor 2027 zijn alleen als voorstel bekend, en een deel van de bedragen ligt pas vast als het minimumloon voor januari 2027 bekend is. Daarom tonen we voor 2027 nog geen netto loon, geen inkomstenbelasting na kortingen en geen netto kosten van de bijtelling. We vullen dat gat niet met een eigen schatting.
- Vaste controles. Twee keer per week (maandag en donderdag) leggen we alle cijfers automatisch opnieuw naast de bron. Daarnaast controleren we ze na elke stap die cijfers kan veranderen: de stemmingen in de Tweede en Eerste Kamer, de publicatie in het Staatsblad, de regeling met de standaardpremie, het nieuwe minimumloon en het definitieve besluit over de kinderopvangtoeslag. Verandert er iets, dan passen we het parameterbestand aan, draaien alle tests opnieuw en zetten we de wijziging met datum, oude en nieuwe waarde op de wijzigingenpagina.
Privacy: de berekening gebeurt in je browser
Alles wat je in een rekenhulp invult, blijft op je eigen apparaat. De berekening gebeurt in je browser; je inkomen, vermogen of salaris gaat niet naar onze server en we slaan het niet op. Sluit je de pagina, dan is het weg. Ook wat je invult in een gedownload Excel-bestand bereikt ons niet. Meer lees je in de privacyverklaring.
Meer over Cijferdijk
Wie er achter Cijferdijk zit en hoe we de site betalen, lees je op over ons. Alle officiële bronnen per cijfer staan op de bronnenpagina. Zie je een fout, laat het ons dan weten via de contactpagina.
Belangrijkste bronnen
- Wet inkomstenbelasting 2001, versie 1 januari 2026
- Rekenvoorschriften voor de geautomatiseerde loonadministratie 2026
- Handboek Loonheffingen 2026
- Berekening zorgtoeslag 2026
- Berekening kinderopvangtoeslag 2026
- Kennisgroep Belastingdienst: afronding heffingskortingen
- Kamerbrief van 29 september 2026 over het Belastingplan 2027