Box 3 in 2027: wie gaat ineens betalen?
Het kabinet stelde op 29 september 2026 voor om het heffingsvrij vermogen in box 3 te verlagen van € 59.357 naar € 30.846 per persoon. Wie op 1 januari 2027 een vermogen heeft tussen die twee bedragen, gaat dan box 3-belasting betalen. Het is een voorstel, nog geen wet. En het blijft waarschijnlijk niet bij dit bedrag: op 5 oktober 2026 zei minister Heinen in een overleg met de Eerste Kamer dat het niet de definitieve grens wordt. Een nieuw bedrag noemde hij niet. Tot er een nieuw voorstel ligt, rekenen de tabellen met het bedrag uit de Kamerbrief. Dat bedrag staat ook in het ontwerp van de novelle box 3, het wetsvoorstel waarin het kabinet de verlaging regelt.
Box 3 in 2027 per vermogensniveau
De drie tabellen hieronder laten zien wat je bij een bepaald vermogen betaalt in 2026 en wat je in 2027 zou betalen. Alle bedragen komen uit dezelfde rekenmodule als onze calculator. We hebben ze niet met de hand ingevuld.
Zo lees je de kolommen:
- Vermogen: je bezittingen op 1 januari min je schulden in box 3. Je koophuis en je pensioenopbouw vallen erbuiten.
- 2026: de box 3-belasting met de cijfers van 2026. Het percentage voor spaargeld van 1,28% is nog voorlopig.
- 2027 voorstel: het kabinetsvoorstel van 29 september 2026, met een heffingsvrij vermogen van € 30.846 en 7,87% voor beleggingen. Het percentage voor spaargeld over 2027 bestaat nog niet; we rekenen met dat van 2026.
- Verschil: hoeveel meer je in 2027 betaalt dan in 2026, bij hetzelfde vermogen.
- 2027 Prinsjesdag: wat je betaalt als het Belastingplan blijft zoals het op Prinsjesdag werd ingediend: € 60.098 heffingsvrij en 6,37% voor beleggingen. Dat laatste percentage is een raming.
Het tarief is in beide jaren 36%. Dat tarief geldt niet voor je vermogen, maar voor een verondersteld rendement op het deel boven het heffingsvrij vermogen.
| Vermogen | 2026 | 2027 voorstel | Verschil | 2027 Prinsjesdag |
|---|---|---|---|---|
| € 30.000 | € 0 | € 0 | € 0 | € 0 |
| € 35.000 | € 0 | € 19 | + € 19 | € 0 |
| € 40.000 | € 0 | € 42 | + € 42 | € 0 |
| € 45.000 | € 0 | € 65 | + € 65 | € 0 |
| € 50.000 | € 0 | € 88 | + € 88 | € 0 |
| € 55.000 | € 0 | € 111 | + € 111 | € 0 |
| € 60.000 | € 2 | € 134 | + € 132 | € 0 |
| € 75.000 | € 72 | € 203 | + € 131 | € 68 |
| € 100.000 | € 187 | € 318 | + € 131 | € 183 |
| € 150.000 | € 417 | € 549 | + € 132 | € 414 |
| € 250.000 | € 878 | € 1.009 | + € 131 | € 874 |
Bij alleen spaargeld zie je een harde knik. Tot het heffingsvrij vermogen van 2026 betaal je over 2026 niets; met het voorstel betaal je al vanaf een veel lager bedrag. Net boven de nieuwe grens gaat het om tientallen euro’s per jaar. Hogerop neemt het verschil met 2026 niet meer toe: iedereen boven de oude grens verliest hetzelfde stuk heffingsvrij vermogen.
| Vermogen (samen) | 2026 | 2027 voorstel | Verschil | 2027 Prinsjesdag |
|---|---|---|---|---|
| € 60.000 | € 0 | € 0 | € 0 | € 0 |
| € 70.000 | € 0 | € 38 | + € 38 | € 0 |
| € 80.000 | € 0 | € 84 | + € 84 | € 0 |
| € 90.000 | € 0 | € 130 | + € 130 | € 0 |
| € 100.000 | € 0 | € 176 | + € 176 | € 0 |
| € 110.000 | € 0 | € 222 | + € 222 | € 0 |
| € 120.000 | € 4 | € 268 | + € 264 | € 0 |
| € 150.000 | € 144 | € 406 | + € 262 | € 136 |
| € 200.000 | € 374 | € 636 | + € 262 | € 366 |
| € 300.000 | € 834 | € 1.096 | + € 262 | € 828 |
| € 500.000 | € 1.756 | € 2.018 | + € 262 | € 1.748 |
Fiscale partners hebben samen twee keer het heffingsvrij vermogen. Bij twee keer zoveel vermogen betalen ze daarom samen twee keer zoveel als een alleenstaande. Een stel met samen € 100.000 op de bank betaalt in 2026 niets en volgens het voorstel in 2027 wel. Wat het heffingsvrij vermogen precies doet en hoe het werkt als jullie fiscale partners zijn, lees je bij heffingsvrij vermogen 2027.
| Vermogen | 2026 | 2027 voorstel | Verschil | 2027 Prinsjesdag |
|---|---|---|---|---|
| € 30.000 | € 0 | € 0 | € 0 | € 0 |
| € 35.000 | € 0 | € 68 | + € 68 | € 0 |
| € 40.000 | € 0 | € 150 | + € 150 | € 0 |
| € 45.000 | € 0 | € 232 | + € 232 | € 0 |
| € 50.000 | € 0 | € 315 | + € 315 | € 0 |
| € 55.000 | € 0 | € 397 | + € 397 | € 0 |
| € 60.000 | € 8 | € 479 | + € 471 | € 0 |
| € 75.000 | € 204 | € 726 | + € 522 | € 204 |
| € 100.000 | € 532 | € 1.138 | + € 606 | € 549 |
| € 150.000 | € 1.187 | € 1.962 | + € 775 | € 1.237 |
| € 250.000 | € 2.497 | € 3.609 | + € 1.112 | € 2.614 |
Zit de helft van je vermogen in beleggingen, dan is de stijging veel groter. Voor beleggingen rekent de Belastingdienst met een hoger verondersteld rendement dan voor spaargeld, en het kabinet wil dat percentage in 2027 nog verder verhogen. Let ook op de laatste kolom: bij grotere vermogens betaal je zelfs met het Prinsjesdag-bedrag iets meer dan in 2026, omdat het geraamde forfait voor beleggingen stijgt.
Wil je je eigen situatie doorrekenen, met schulden, een partner of een andere verdeling tussen sparen en beleggen? Gebruik dan de calculator.
Vul in wat je op 1 januari hebt of verwacht te hebben. Uitgebreide uitleg over elke stap staat bij box 3 berekenen. Wat eruit komt, is een schatting en geen financieel advies.
Wie gaat ineens betalen
Achter de tabellen zitten herkenbare huishoudens. Hieronder vijf profielen die in 2026 geen box 3-belasting betalen en volgens het voorstel in 2027 wel. Voor elk profiel rekenen we 2027 door met het kabinetsvoorstel en zetten we 2026 ernaast.
Gepensioneerde met spaargeld
Je bent weduwe, hebt de AOW-leeftijd bereikt en hebt € 55.000 op je spaarrekening staan als appeltje voor de dorst. Je belegt niet. Over 2026 betaal je geen box 3-belasting. Je box 3-inkomen telt straks ook mee in je verzamelinkomen, het inkomen waar je ouderenkorting van afhangt. Bij dit bedrag is dat effect klein.
| Forfaitair rendement banktegoeden | € 704 |
|---|---|
| Forfaitair rendement overige bezittingen | € 0 |
| Forfaitair rendement schulden (boven de drempel) | € 0 |
| Totaal forfaitair rendement | € 704 |
| Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden) | € 55.000 |
| Heffingsvrij vermogen | − € 30.846 |
| Grondslag sparen en beleggen | € 24.154 |
| Jij: voordeel uit sparen en beleggen (43,91% van het rendement) | € 309 |
| Box 3-belasting | € 111 |
Box 3-belasting in 2027: € 111. In 2026: € 0. Voor 2027 met de spaar- en schuldpercentages van 2026 (nog niet bekend).
Jong stel dat spaart voor een huis
Jullie wonen samen, zijn fiscale partners en hebben samen € 95.000 gespaard voor de eigen inbreng bij een koophuis. Kopen jullie het huis nog in 2026, dan zit het geld op 1 januari 2027 in jullie eigen woning. Die valt in box 1, dus het spaargeld telt dan niet meer mee in box 3. Is de overdracht bij de notaris pas in 2027, dan telt het hele bedrag op de peildatum mee.
| Forfaitair rendement banktegoeden | € 1.216 |
|---|---|
| Forfaitair rendement overige bezittingen | € 0 |
| Forfaitair rendement schulden (boven de drempel) | € 0 |
| Totaal forfaitair rendement | € 1.216 |
| Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden) | € 95.000 |
| Heffingsvrij vermogen (samen) | − € 61.692 |
| Grondslag sparen en beleggen | € 33.308 |
| Jij: voordeel uit sparen en beleggen (17,53% van het rendement) | € 213 |
| Je partner: voordeel uit sparen en beleggen (17,53% van het rendement) | € 213 |
| Box 3-belasting | € 152 |
Box 3-belasting in 2027: € 152. In 2026: € 0. Voor 2027 met de spaar- en schuldpercentages van 2026 (nog niet bekend).
Zzp'er met een buffer
Je werkt als zelfstandige en houdt € 52.000 privé aan als buffer voor een slecht jaar en voor je aanslag inkomstenbelasting. Dat gereserveerde belastinggeld telt gewoon mee als spaargeld. De belasting die je nog moet betalen, mag je niet als schuld aftrekken in box 3. Geld dat echt bij je onderneming hoort, valt in box 1. Privéspaargeld kun je niet zomaar tot ondernemingsvermogen verklaren; twijfel je, vraag het dan na bij een adviseur.
| Forfaitair rendement banktegoeden | € 665 |
|---|---|
| Forfaitair rendement overige bezittingen | € 0 |
| Forfaitair rendement schulden (boven de drempel) | € 0 |
| Totaal forfaitair rendement | € 665 |
| Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden) | € 52.000 |
| Heffingsvrij vermogen | − € 30.846 |
| Grondslag sparen en beleggen | € 21.154 |
| Jij: voordeel uit sparen en beleggen (40,68% van het rendement) | € 270 |
| Box 3-belasting | € 97 |
Box 3-belasting in 2027: € 97. In 2026: € 0. Voor 2027 met de spaar- en schuldpercentages van 2026 (nog niet bekend).
Erfgenaam
Je moeder overleed in de zomer van 2026. Je erfdeel bestaat uit € 15.000 spaargeld en € 40.000 aan beleggingsfondsen, die je laat staan. In 2026 telt de erfenis voor jou nog niet mee: het vermogen telt pas op de eerste 1 januari na het overlijden. Dat geldt ook als de nalatenschap dan nog niet is verdeeld. Staat er op 1 januari 2027 nog erfbelasting open, dan telt die schuld wel mee in box 3. Omdat het grootste deel belegd is, valt de belasting hoger uit dan bij hetzelfde bedrag op een spaarrekening.
| Forfaitair rendement banktegoeden | € 192 |
|---|---|
| Forfaitair rendement overige bezittingen | € 3.148 |
| Forfaitair rendement schulden (boven de drempel) | € 0 |
| Totaal forfaitair rendement | € 3.340 |
| Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden) | € 55.000 |
| Heffingsvrij vermogen | − € 30.846 |
| Grondslag sparen en beleggen | € 24.154 |
| Jij: voordeel uit sparen en beleggen (43,91% van het rendement) | € 1.466 |
| Box 3-belasting | € 527 |
Box 3-belasting in 2027: € 527. In 2026: € 0. Voor 2027 met de spaar- en schuldpercentages van 2026 (nog niet bekend).
Ouder met spaargeld van de kinderen
Je bent alleenstaande ouder met het gezag over twee kinderen van 8 en 12. Zelf heb je € 30.000 gespaard, en op de spaarrekeningen van de kinderen staat elk € 9.000. Het vermogen van minderjarige kinderen telt mee bij de ouder met gezag, dus voor box 3 heb je samen € 48.000. Hebben beide ouders gezag, dan telt bij ieder de helft van het vermogen van de kinderen mee. Je kinderen hebben geen eigen heffingsvrij vermogen dat erbij komt.
| Forfaitair rendement banktegoeden | € 614 |
|---|---|
| Forfaitair rendement overige bezittingen | € 0 |
| Forfaitair rendement schulden (boven de drempel) | € 0 |
| Totaal forfaitair rendement | € 614 |
| Rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden) | € 48.000 |
| Heffingsvrij vermogen | − € 30.846 |
| Grondslag sparen en beleggen | € 17.154 |
| Jij: voordeel uit sparen en beleggen (35,73% van het rendement) | € 219 |
| Box 3-belasting | € 78 |
Box 3-belasting in 2027: € 78. In 2026: € 0. Voor 2027 met de spaar- en schuldpercentages van 2026 (nog niet bekend).
Wat deze profielen gemeen hebben: niemand heeft een groot vermogen, en op de erfgenaam na heeft niemand iets aan zijn situatie veranderd. Het heffingsvrij vermogen zakt onder hun vermogen door. Bij alleen spaargeld blijven de bedragen bescheiden, met beleggingen loopt het sneller op. Maar ze betalen allemaal box 3-belasting, terwijl dat over 2026 niet zo is.
Wat staat vast en wat niet
Het lagere heffingsvrij vermogen is een voorstel. Het kabinet kondigde het aan in een Kamerbrief van 29 september 2026. Het staat niet in het wetsvoorstel Belastingplan 2027 zelf, maar in een apart wetsvoorstel: de novelle box 3. Het ontwerp daarvan ligt sinds 2 oktober 2026 bij de Raad van State. Op 7 oktober overlegde de Raad van State daarover met de minister en de staatssecretaris. Het advies komt naar verwachting op 28 oktober. De staatssecretaris streeft ernaar de novelle uiterlijk maandag 2 november in te dienen bij de Tweede Kamer, samen met de uitvoeringstoets van de Belastingdienst. Daarna moeten de Tweede en de Eerste Kamer instemmen.
Het percentage voor spaargeld over 2027 is er nog niet. Dat wordt pas na afloop van 2027 vastgesteld, op basis van de rente die banken in dat jaar geven. Wij rekenen in de tabellen met het voorlopige percentage van 2026. Valt de spaarrente in 2027 lager uit, dan betalen spaarders iets minder dan in de tabel; stijgt ze, dan iets meer.
Het forfait voor beleggingen is gedeeltelijk een raming. Het kabinet wil een extra verhoging bovenop het percentage dat uit de wettelijke formule komt. Volgens de toelichting bij het ontwerp van de novelle komt het forfait voor 2027 daarmee op 7,87%. Het basispercentage zonder die verhoging wordt pas begin 2027 officieel vastgesteld.
Het tarief verandert niet. Dat blijft 36%.
De kalender. Op 12 november 2026 stemt de Tweede Kamer over het Belastingplan 2027. Volgens een voorlopig schema van de commissie Financiën kan de Kamer op dezelfde dag over de novelle box 3 stemmen, als die uiterlijk 2 november binnenkomt. De Eerste Kamer volgt in december. Pas als de novelle in het Staatsblad staat, zijn de bedragen voor box 3 definitief. Bij de Algemene Financiële Beschouwingen (1 oktober 2026) zei minister Heinen, na kritiek uit de Kamer, dat hij opnieuw naar het bedrag wil kijken. Vier dagen later noemde hij het in de Eerste Kamer uitdrukkelijk geen definitieve grens. In de nota naar aanleiding van het verslag van 9 oktober rekent het kabinet nog met € 30.846. Op 16 oktober schreef het kabinet dat het werkt aan een andere dekking voor de novelle. Het lagere heffingsvrij vermogen is in de Kamerbrief van 29 september een van de dekkingsmaatregelen. Uiterlijk 2 november krijgt de Kamer het aangepaste dekkingsvoorstel; een nieuw bedrag noemt het kabinet nog niet. Zodra er een nieuw voorstel ligt, passen we de tabellen aan.
Elke verandering in de cijfers verwerken we in de tabellen hierboven. Wat we aanpassen, staat op de pagina wijzigingen. Hoe we rekenen en wat we niet meenemen, lees je in onze methode.
Wat je zelf kunt doen
Dit is geen advies, maar een overzicht van hoe de regels werken. Twijfel je over je eigen situatie, bel dan de BelastingTelefoon of vraag het na bij een belastingadviseur.
De peildatum is 1 januari. Voor box 3 over 2027 telt alleen wat je op 1 januari 2027 bezit en schuldig bent. Geef je in december 2026 geld uit aan iets wat je toch al wilde kopen, dan telt dat geld voor 2027 niet meer mee. Andersom telt een bonus die je in januari 2027 krijgt pas mee op 1 januari 2028, als je het geld dan nog hebt. Bij een erfenis telt niet wanneer je het geld krijgt, maar de datum van overlijden: overlijdt iemand in december 2026, dan telt jouw deel op 1 januari 2027 al mee.
Tijdelijk schuiven werkt niet. De wet heeft een regel tegen peildatumarbitrage (art. 5.24 Wet IB 2001). Zet je vlak voor 1 januari beleggingen om in spaargeld en koop je ze binnen een periode van drie maanden rond 1 januari terug, dan negeert de Belastingdienst die verschuiving. Hetzelfde geldt voor een schuld die je alleen rond de jaarwisseling aangaat en daarna weer aflost. Alleen als je aannemelijk maakt dat je er een zakelijke reden voor had, telt de verschuiving wel.
Schulden tellen mee, maar niet allemaal. Een persoonlijke lening, een studieschuld of een lening voor een vakantiehuis verlaagt je vermogen in box 3, voor het deel boven de schuldendrempel: een vast bedrag aan schulden dat niet meetelt. De hypotheek op je eigen woning hoort in box 1 en telt hier niet mee, behalve een deel waarover je geen hypotheekrente mag aftrekken. Belastingschulden tellen ook niet, behalve erfbelasting.
Groene beleggingen bieden in 2027 bijna geen uitweg meer. In 2026 is € 26.715 per persoon aan erkende groene beleggingen vrijgesteld. Vanaf 2027 is dat nog € 200. Die verlaging staat al in de wet sinds het Belastingplan 2026 en hangt dus niet af van de stemmingen van dit najaar.
Tegenbewijs helpt wie net boven de grens zit zelden. Met de tegenbewijsregeling betaal je over je werkelijke rendement als dat lager is. Maar bij het werkelijke rendement krijg je geen heffingsvrij vermogen: alle rente over al je spaargeld telt. Je vergelijkt dat met het veronderstelde rendement over alleen het deel boven de grens. Voor een spaarder met een vermogen net boven het nieuwe heffingsvrij vermogen valt die vergelijking bijna altijd ongunstig uit. Voor beleggers in een slecht beursjaar kan het anders liggen.
Met een fiscale partner kun je de grondslag verdelen. Jullie bepalen zelf bij wie het box 3-inkomen terechtkomt. De box 3-belasting samen blijft gelijk, maar het box 3-inkomen telt mee in het verzamelinkomen van die partner. Daar hangt onder meer de algemene heffingskorting van af. Zit een van jullie in het inkomensgebied waarin die korting afneemt, of heeft een van jullie weinig inkomen, dan kan de keuze geld schelen. Het aangifteprogramma van de Belastingdienst rekent de verdeling voor je door.
Ook een lagere vermogensgrens voor de zorgtoeslag
Los van box 3 gaat de vermogensgrens van de zorgtoeslag in 2027 omlaag: voor alleenstaanden van € 146.011 naar € 119.122, voor wie een toeslagpartner heeft van € 184.633 naar € 158.748. Die verlaging hoort bij de Wet vereenvoudiging partnerbegrip toeslagen, die sinds 19 oktober 2026 in het Staatsblad staat en op 1 januari 2027 ingaat. De bedragen zijn nog voorlopig: de definitieve indexering volgt in december. De grenzen liggen veel hoger dan het heffingsvrij vermogen, dus voor de meeste nieuwe box 3-betalers verandert hun recht op zorgtoeslag hierdoor niet. Wel telt je box 3-inkomen mee in je toetsingsinkomen. Wat dat voor jouw toeslag betekent, reken je uit bij zorgtoeslag berekenen.
Deze tabellen gebruiken
Wij werken de tabellen bij zodra er een nieuw officieel cijfer is. Bij elk bedrag staat de bron op onze bronnenpagina.
Je mag deze tabellen overnemen met bronvermelding en een link naar deze pagina.
Veelgestelde vragen
Wie gaat in 2027 box 3-belasting betalen?
Gaat het kabinetsvoorstel door, dan betaal je in 2027 box 3-belasting als je vermogen op 1 januari 2027 hoger is dan € 30.846 per persoon. Nieuw zijn vooral alleenstaanden met een vermogen tussen € 30.846 en € 59.357, en fiscale partners met samen tussen € 61.692 en € 118.714. Zij betaalden in 2026 niets.
Hoeveel box 3-belasting betaal ik in 2027 over mijn spaargeld?
Dat hangt af van hoeveel je boven het heffingsvrij vermogen zit. Wie alleen spaart en er net boven zit, betaalt tientallen euro's per jaar. Bij een groter vermogen loopt het op tot honderden euro's of meer.
Het percentage voor spaargeld over 2027 is nog niet bekend. Wij rekenen met dat van 2026 (1,28%). De tabellen op deze pagina geven het bedrag per vermogensniveau.
Is het heffingsvrij vermogen van 2027 al definitief?
Nee. Het bedrag van € 30.846 komt uit een Kamerbrief van 29 september 2026. Het staat nu in het ontwerp van de novelle box 3, een apart wetsvoorstel dat sinds 2 oktober 2026 bij de Raad van State ligt. Bij de Tweede Kamer is het nog niet ingediend. De Raad van State geeft naar verwachting op 28 oktober advies; het kabinet wil de novelle uiterlijk 2 november 2026 indienen. Het Belastingplan van Prinsjesdag ging uit van € 60.098. Op 5 oktober 2026 zei minister Heinen in een overleg met de Eerste Kamer dat de verlaging naar € 30.846 niet de definitieve grens wordt. Een nieuw bedrag noemde hij niet. Op 16 oktober meldde het kabinet dat het een andere dekking voor de novelle uitwerkt. In de brief van 29 september was het lagere heffingsvrij vermogen juist een van de dekkingsmaatregelen. Een ander bedrag noemde het kabinet niet.
De Tweede Kamer stemt op 12 november 2026 over het Belastingplan 2027. Volgens een voorlopig schema kan de stemming over de novelle op dezelfde dag vallen. De Eerste Kamer volgt in december. Pas na publicatie in het Staatsblad staat het bedrag vast.
Wat is het heffingsvrij vermogen voor fiscale partners in 2027?
Volgens het kabinetsvoorstel samen € 61.692: twee keer het bedrag per persoon. Voor 2026 geldt samen € 118.714. Dat dubbele bedrag krijg je als jullie het hele jaar fiscale partners zijn. Werden jullie in de loop van het jaar partners, dan kunnen jullie meestal kiezen om voor het hele jaar als partners te gelden.
Telt het spaargeld van mijn kinderen mee in mijn box 3?
Ja, zolang je kind op 1 januari jonger is dan 18. Het vermogen van een minderjarig kind telt mee bij de ouder die het gezag heeft. Bij gezamenlijk gezag gaat de helft naar elke ouder. Je kind heeft zelf geen heffingsvrij vermogen dat erbij komt.
Kan ik box 3 in 2027 ontlopen door geld vóór 1 januari te verplaatsen?
Niet met tijdelijk schuiven. Zet je beleggingen rond de jaarwisseling om in spaargeld en koop je ze binnen een periode van drie maanden rond 1 januari terug, dan rekent de Belastingdienst alsof je de beleggingen hield. Een lening die je alleen rond 1 januari aangaat, telt ook niet mee.
Geld dat je echt uitgeeft of definitief overmaakt, telt op 1 januari 2027 niet meer mee. Dit is geen advies: neem geen grote beslissing alleen om box 3 zolang het bedrag niet vaststaat.
Bronnen
- Kamerbrief 29 september 2026 – Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid
- Ontwerp Novelle uitbreiding vermogenswinstbelasting box 3 – wettekst (adviesaanvraag Raad van State, 2 oktober 2026)
- Ontwerp Novelle uitbreiding vermogenswinstbelasting box 3 – memorie van toelichting (2 oktober 2026)
- Nota naar aanleiding van het verslag Belastingplan 2027 (9 oktober 2026)
- Belastingplan 2027 – Fiscale sleuteltabel 2027 (gecorrigeerd)
- Tweede Kamer – Wetsvoorstel Belastingplan 2027
- Belastingdienst – Berekening box 3-inkomen 2026 (met rekenvoorbeelden)
- Wet inkomstenbelasting 2001, hoofdstuk 5 (box 3) en art. 2.15 (minderjarige kinderen)
- Staatsblad – Belastingplan 2026 (vrijstelling groene beleggingen)
- Staatsblad 2026, 326: Wet vereenvoudiging partnerbegrip toeslagen
- Wet vereenvoudiging partnerbegrip toeslagen (36932), memorie van toelichting – vermogensgrens zorgtoeslag 2027
- Eerste Kamer – Mondeling overleg over box 3 (nieuwsbericht, 6 oktober 2026)
- Tweede Kamer – Kamerbrief 'Informatieverzoek artikel 24-overleg Raad van State over box 3' (14 oktober 2026)
- Tweede Kamer – Kamerbrief 'Schriftelijke beantwoording op een deel van de vragen, gesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 12 oktober 2026, over het pakket Belastingplan 2027' (16 oktober 2026)
Laatst gecontroleerd: 26 oktober 2026. Zie ook alle bronnen en hoe we rekenen. Dit is een indicatie, geen financieel advies. Twijfel je over je eigen situatie? Bel de BelastingTelefoon of vraag een adviseur.